U bevindt zich hier: Bronovo / Patiënten en bezoekers / Patiëntenvoorlichting / TVT of TVT-O...

TVT of TVT-O operatie

De TVT-O of TVT operatie
Deze folder geeft informatie over de TVT-O en TVT operatie. TVT staat voor Tensionfree Vaginal Tape. De O staat voor foramen Obturatorius (=anatomische structuur waardoor de tape wordt aangebracht). Bij deze operatie krijgt de urinebuis een draagband van fijngeweven kunststof (niet oplosbaar) die de urinebuis bij drukverhoging ondersteunt. De operatie wordt steeds vaker toegepast bij inspanningsincontinentie. Het verschil tussen de beide bandjes is de plaats waar het wordt aangebracht. Dit kan bij de onderbuik, of in de liezen. De keuze of een TVT-O of TVT gebruikt wordt, maakt de behandelend arts.

Inspanningsincontinentie is een vorm van urineverlies die voorkomt bij inspanning zoals tillen, sporten of springen. Men spreekt ook wel van stressincontinentie. Met ‘stress’ wordt hier bedoeld dat het urineverlies optreedt als de druk in de buikholte plotseling toeneemt door het aanspannen van de buikspieren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, lachen, tillen, sporten of plotseling opstaan. U verliest dan urine zonder dat u aandrang voelt. Doordat de urinebuis niet goed afgesloten blijft tot het moment dat u moet plassen, verliest u urine. De voornaamste oorzaak van stressincontinentie is een verzwakte bekkenbodem. De blaas zakt dan uit, de urinebuis wordt niet meer goed ondersteund en kan zich niet meer goed sluiten.


De operatie
Bij de TVT brengt de arts het draagbandje via de vagina in en zorgt ervoor dat dit achter het schaambeen langs onder de huid net boven het schaambeen uitkomt. Bij de TVT-O komt het bandje links en rechts in beide liezen uit (zie tekening). Het bandje wordt niet vastgemaakt omdat het door weerstand niet kan verschuiven en binnen korte tijd vergroeit met het weefsel eromheen. Om ontstekingen te voorkomen, krijgt u tijdens de operatie een antibioticum. Bent u gevoelig voor een bepaald soort antibioticum, vertel dit dan voor de operatie, zodat de arts er rekening mee kan houden.

De TVT-O

De opname
De TVT-O en de TVT zijn kleine ingrepen en worden uitgevoerd door de gynaecoloog. Als er geen complicaties zijn kunt u meestal dezelfde dag al naar huis. U komt nuchter op de afdeling.
Dat betekent dat u tot 6 uur van te voren niets mag eten en tot 3 uur van te voren niets mag drinken. U wordt dezelfde dag nog geopereerd.
Op de verpleegafdeling wordt u voorbereid op de operatie. U krijgt een operatiejasje aan en u krijgt pijnstillende en ontspannende medicatie. De verpleegkundige van de afdeling brengt u naar de ruimte voor de operatiekamers: de holding. Na de operatie komt u op de verkoeverkamer.

Hierna wordt u opgehaald door de verpleegkundige van de verpleegafdeling totdat u fit genoeg bent om naar huis te kunnen. Aangeraden wordt om voor de terugreis naar huis iemand te regelen die u ophaalt met de auto of taxi. Het wordt afgeraden om de dag van de operatie belangrijke zakelijke en/of financiële beslissingen te nemen.

Anesthesie tijdens de operatie
In overleg met de anesthesist wordt besloten met welke vorm van verdoving u geopereerd gaat worden. De anesthesist zal u adviseren welke vorm voor u het beste is. Gebruikelijk bij deze operatie is de ruggenprik, maar u kunt ook kiezen voor een algehele narcose.

Nazorg verpleegafdeling
Op de verpleegafdeling wordt u geobserveerd en verzorgd totdat u weer naar huis mag. De verpleegkundige van de afdeling komt u regelmatig controleren.

  • Als u pijn krijgt dan kunt u hiertegen pijnstilling krijgen.
  • Als eten en drinken goed gaat mag het infuus verwijderd worden.
  • U heeft tot 3 uur na de operatiebedrust. Hierna mag u op en gewoon lopen. U mag dan douchen.
  • Er wordt gekeken hoe u in de loop van de dag kunt plassen. Als u klachten heeft, moet u dit melden, bijvoorbeeld een gevoel van een volle blaas of incontinentie.
  • Na het plassen wordt er éénmalig bepaald of er nog urine in de blaas is achtergebleven. Dit gebeurt met behulp van een echo. Als er teveel urine in de blaas aanwezig lijkt te zijn, wordt dit gecontroleerd door middel van het katheteriseren van de blaas. Hierbij wordt er een kleine katheter (slangetje in de blaas) aangebracht. Dit meten is niet pijnlijk, maar kan wel even onaangenaam voelen. Indien het plassen goed gaat en er niet teveel urine in de blaas is achtergebleven, mag u naar huis.
    Indien u de blaas niet voldoende leeg kunt plassen, zal het katheteriseren steeds herhaald worden totdat de blaas weer voldoende leeg geplast kan worden. Mocht bij ontslag blijken dat er na het plassen nog teveel urine in de blaas achterblijft, dan zal de verpleegkundige u aanleren hoe u zelf de blaas thuis kunt ledigen met een katheter. Vaak is dit slechts enkele dagen nodig, waarna de blaasfunctie weer spontaan normaliseert.

Herstelperiode thuis
De dag na de operatie wordt u door de verpleegkundige thuis gebeld of alles goed gaat. De periode na de operatie kan als vermoeiend worden ervaren. Ook kunt u in de eerste dagen na de operatie flink ‘’spierpijn’’ in de liezen ervaren. Last u gedurende 2 weken na de operatie een periode van rust in. Na 2 weken mag u in overleg met de gynaecoloog en uw bedrijfsarts uw werk en activiteiten uitbreiden. Na 4 weken komt u op de polikliniek voor controle. De behandelend arts kijkt of u goed bent genezen en controleert het bandje.

Leefregels
In de periode na de operatie tot aan de controleafspraak op de polikliniek gelden leefregels.

Na de operatie moet u rekening houden met de volgende zaken:

- Het plassen
De eerste weken na de operatie hoeft u niet extra te drinken. Wel is het belangrijk regelmatig te plassen, ten minste 5 keer per dag. De eerste weken treedt soms nog ongewild urineverlies op. Ook kunt u tijdelijk meer aandrang voelen. Sommige vrouwen hebben het gevoel ‘over een weerstand’ te plassen. Dat gevoel verdwijnt later vanzelf.

- Niet zwaar tillen
Het is belangrijk om niet zwaar te tillen: bij voorkeur geen kinderen tillen, geen zware boodschappentassen dragen en geen ander zwaar werk doen. Bespreek voor de operatie met de arts of het verstandig is extra hulp voor deze periode te regelen. Daarna kunt u uw gewone werkzaamheden gaandeweg hervatten.

- En verder…
Direct na de operatie kunt u weer onder de douche. Wacht met het nemen van een bad tot de bloederige afscheiding uit de vagina gestopt is. Gebruik geen tampons na de operatie, en wacht met seksuele gemeenschap en sporten tot aan de controle afspraak.

Complicaties
De kans op complicaties bij een TVT-O of TVT operatie is klein én niet groter dan bij andere operaties bij inspanningsincontinentie. Complicaties zijn een bloeding of het per ongeluk beschadigen van de blaas. Deze complicaties komen gelukkig weinig voor.

Soms treedt na de operatie een blaasontsteking op, maar bij gebruik van antibioticum komt dit zelden voor. Het gebruik van het antibioticum, kan soms zorgen voor het ontstaan van een vaginale schimmelinfectie.

U merkt dit door jeuk. Ook plassen is dan vaak pijnlijk. Vraag in dat geval de (huis)arts om een medicijn. Spoel zo nodig tijdens het plassen met water uit een fles zodat het plassen minder pijn doet. Voorkom dat u de urine te lang ophoudt. Neem bij onverwachte gebeurtenissen zoals koorts, veel pijn, veel bloedverlies of niet goed kunnen uitplassen contact op met de behandelend arts. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp via telefoonnummer 070 – 312 44 45. Of de centrale van het ziekenhuis, via 070- 312 41 41 en vragen naar de verloskamers 


Tot slot
Met vragen en voor meer informatie kunt u terecht bij de polikliniek Gynaecologie, telefoonnummer 070 - 312 46 90 en op verpleegafdeling Emma, telefoonnummer 070 - 312 42 78.

Aanvullende informatie kunt u vinden op de website van de Nederlandse
Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie: www.nvog.nl

Uitgave 353 (november 2013)