U bevindt zich hier: Bronovo / Patiënten en bezoekers / Patiëntenvoorlichting / Baarmoederhals...

Baarmoederhals - onderzoek en behandeling

Onderzoek en behandeling van de baarmoederhals    

In deze brochure wordt beschreven waarom uitstrijkjes worden gemaakt, hoe een uitstrijkje wordt beoordeeld en wat er aan de hand kan zijn bij een afwijkend uitstrijkje. Het onderzoek bij een afwijkend uitstrijkje en mogelijke behandelingen komen ter sprake. Heeft u na het lezen nog vragen of is iets niet duidelijk, dan kunt u contact opnemen met uw behandelend arts.  

Inleiding
Wat onderzoekt men bij een uitstrijkje?
Wat betekent de uitslag?
De verschillen van de Pap-uitslag op een rij
Hoe vaak komen afwijkende uitstrijkjes voor?
Betekent een afwijkend uitstrijkje dat u zich zorgen moet maken?
Betekent een normaal uitstrijkje dat er geen reden is voor verder onderzoek?
Redenen voor afwijkend uitstrijkje en het verband met HPV
Wat is een colposcopie?
Hoe wordt een colposcopie verricht?
Een biopsie
Hoelang duurt een colposcopie?
Is een colposcopie pijnlijk?
Mag je gemeenschap hebben na een colposcopie?
De uitslag van het onderzoek
De verschillende uitslagen
Emoties
De behandelingsmethoden: cryobehandeling/lisexcisie
Operatieve behandeling: exconisatie
Hoe gaat het verder?
Adviezen na behandeling van de baarmoederhals
Wanneer moet u contact opnemen met de gynaecoloog?

Inleiding
Als de huisarts u naar de gynaecoloog verwijst in verband met een afwijkende uitslag van het uitstrijkje, onderzoekt de gynaecoloog de baarmoederhals nauwkeurig. Dit onderzoek wordt een colposcopie genoemd. Meestal wordt er ook weefsel (biopt) van de baarmoederhals weggenomen voor onderzoek. Deze onderzoeken worden hieronder beschreven. Het is afhankelijk van de uitslag van het colposcopisch onderzoek en het weefselonderzoek of behandeling nodig is. De verschillende behandelingen worden verderop beschreven.  

naar boven

Wat onderzoekt men bij een uitstrijkje?
De baarmoederhals is bekleed met twee soorten cellen. Plaveiselcellen, een soort platte cellen, bekleden de wand van de vagina (schede) en de buitenkant van de baarmoederhals. Het kanaaltje in de baarmoederhals naar de binnenkant van de baarmoederholte is bekleed met cellen die slijm maken. Deze cellen van de binnenkant (endo) van de baarmoederhals (cervix) worden endocervicale cellen of cilindercellen genoemd. Bij een uitstrijkje bekijkt men in het laboratorium of beide soorten cellen aanwezig zijn en hoe ze eruitzien. Ook ziet men soms of er aanwijzingen zijn voor een infectie of ontsteking door bacteriën of virussen. 

naar boven

Wat betekent de uitslag?
De kwaliteit
In het laboratorium wordt eerst gekeken of de cellen goed te beoordelen zijn. Soms is er te veel bloed aanwezig. Onderzoek is dan niet goed mogelijk. Soms zijn er te weinig cellen op het glaasje aanwezig. Ook kunnen de endocervicale cellen ontbreken. Bij sommige vrouwen is het moeilijk een uitstrijkje van goede kwaliteit af te nemen. Het uitstrijkje wordt dan herhaald.

De uitslag
Er bestaan twee soorten uitslagen van een uitstrijkje: de Pap-uitslag en de KOPAC-uitslag.

  • Pap is een afkorting van Papanicolaou, de naam van de arts die deze indeling van de uitslagen van uitstrijkjes heeft gemaakt.
  • Bij de KOPAC-uitslag staat elke letter voor een onderdeel van de beoordeling: K voor kwaliteit, O voor een ontsteking, P voor plaveiselcellen, A voor andere afwijkingen en C voor cilindercellen. Soms geeft het laboratorium een van beide uitslagen, meestal beide.   De Pap-uitslagen lopen van 1 tot 5. Pap 1 betekent een normaal uitstrijkje. Bij een hogere Papuitslag is er reden voor herhaling of onderzoek door de gynaecoloog. Bij Pap 0 is het uitstrijkje niet goed te beoordelen.

De KOPAC-uitslag geeft voor elke letter een cijfer tussen 0 en 9. Zo betekent P1 normale plaveiselcellen. Bij P2 t/m P4 adviseert men een herhalingsuitstrijkje na zes maanden, en bij P5 of hoger onderzoek door de gynaecoloog. Ook een hoog cijfer van een andere letter is soms reden voor verder onderzoek. Soms wordt in de uitslag over dysplasie gesproken. Dysplasie betekent dat het weefsel van de baarmoederhals een andere opbouw heeft dan gebruikelijk. Daardoor is het uitstrijkje afwijkend. Als de uitslag van het uitstrijkje dysplasie vermeldt, verwacht men dat er in het weefsel dysplasie aanwezig is. Er kan worden gesproken over lichte, matige of ernstige dysplasie.

naar boven

De verschillende Pap-uitslagen op een rij
Hieronder staan de meest voorkomende uitslagen vermeld. Bij een uitstrijkje worden alleen losse cellen bekeken. Als er afwijkende cellen zijn, is het niet mogelijk precies te vertellen wat er aan de hand is. Weefselonderzoek geeft daar meer informatie over. Wij kunnen daarom alleen in grote lijnen aangeven wat u kunt verwachten naar aanleiding van de uitslag.  

Pap 0
Het uitstrijkje is niet goed te beoordelen, vaak omdat er te weinig cellen aanwezig zijn. Soms zijn er onvoldoende endocervicale cellen. Ook kan er te veel bijmenging van bloed zijn. Het advies is bijna altijd om het uitstrijkje te herhalen. Meestal is er dan een normale uitslag. Een enkele keer lukt het ook volgende keren niet een goede kwaliteit van het uitstrijkje te krijgen. De huisarts kan u dan naar de gynaecoloog verwijzen. 

Pap 1
Het uitstrijkje is normaal. Het advies is dan om het onderzoek na vijf jaar te herhalen.

Pap 2
In het uitstrijkje zijn enkele cellen aanwezig die er iets anders uitzien dan normaal. Duidelijk afwijkend zijn ze niet. De lichte afwijking van de baarmoederhalscellen wordt soms door een vaginale infectie veroorzaakt. Daarom adviseert men het uitstrijkje na een halfjaar te herhalen. Vaak is er dan weer een normaal beeld. Voor de zekerheid wordt het onderzoek dan een jaar later nogmaals herhaald. Als de uitslag tweemaal een Pap 2 is, wordt onderzoek door de gynaecoloog geadviseerd. Meestal is geen behandeling noodzakelijk.

Pap 3a
Er worden licht afwijkende cellen gevonden; men spreekt soms ook van lichte of matige dysplasie. Het advies is dan herhaling door de huisarts of verder onderzoek door de gynaecoloog. In dat laatste geval blijken bij de helft van de vrouwen de afwijkingen zo gering te zijn dat geen behandeling nodig is. De andere helft krijgt het advies voor een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals.

Pap 3b
De cellen zijn iets meer afwijkend dan bij een Pap 3a; men spreekt soms ook van ernstige dysplasie. Verder onderzoek door de gynaecoloog is nu verstandig. De kans dat een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals wordt geadviseerd, is groter dan bij een Pap 3a.

Pap 4
De cellen zijn wat sterker afwijkend dan bij een Pap 3a of een Pap 3b. Ook hier wordt verder onderzoek door de gynaecoloog aanbevolen. Over het algemeen moet u rekening houden met een grote kans (90%) op een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals. 

Pap 5
De cellen zijn sterk afwijkend, en de uitslag kan passen bij kanker van de baarmoederhals. Het is verstandig dat u op korte termijn door de gynaecoloog onderzocht wordt. Soms alarmeert het uitstrijkje ten onrechte, maar soms is er ook sprake van baarmoederhalskanker. Een uitgebreide behandeling in de vorm van operatie en/of bestraling is dan noodzakelijk. 

naar boven

Hoe vaak komen afwijkende uitstrijkjes voor?
Van elke 100 vrouwen zonder klachten die bij het bevolkingsonderzoek een uitstrijkje laten maken, is bij 5 het uitstrijkje afwijkend. Bij heel lichte afwijkingen van het uitstrijkje is er 10% kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker. Naarmate het uitstrijkje meer afwijkend is, neemt deze kans toe. Zo is de kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker bij een uitstrijkje met ernstige afwijkingen ongeveer 90%. 

naar boven

Betekent een afwijkend uitstrijkje dat u zich zorgen moet maken?
Voor bijna alle vrouwen betekent de uitslag van een afwijkend uitstrijkje een grote schok, alleen al omdat er iets niet goed is en verdere controle of onderzoek geadviseerd wordt. De angst voor baarmoederhalskanker is invoelbaar, maar bijna altijd onnodig. Niet zelden is een afwijkend uitstrijkje loos alarm. Zo wordt bij meer dan de helft van de vrouwen met eenmaal Pap 3a zelfs geen voorstadium van baarmoederhalskanker gevonden, laat staan baarmoederhalskanker. Bij uitstrijkjes met een hogere uitslag neemt de kans op een voorstadium van baarmoederhalskanker toe, maar de kans op kanker is nog steeds klein. Een voorstadium is goed en gemakkelijk te behandelen. 

naar boven

Verder onderzoek?
Bij een normale uitslag kunt u gerust vijf jaar wachten tot het volgende bevolkingsonderzoek. Maar als er klachten zijn van bloedverlies tussen de menstruaties door of van bloedverlies tijdens of na gemeenschap is het verstandig naar de huisarts te gaan. Deze beoordeelt of het zinvol is een extra uitstrijkje te maken of onderzoek naar een ontsteking te doen. 

naar boven

Reden voor afwijkend uitstrijkje en het verband met HPV
Veel vrouwen vragen zich af waarom hun uitstrijkje afwijkend is. Het antwoord hierop is niet zo simpel. Het is bekend dat afwijkende uitstrijkjes iets te maken kunnen hebben met een infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Er zijn verschillende soorten van dit virus; sommige komen vaker voor bij afwijkende uitstrijkjes en baarmoederhalskanker, andere veroorzaken wratjes op de huid. Vrouwen kunnen het virus krijgen bij gemeenschap. Geschat wordt dat 80-90% van alle vrouwen geïnfecteerd wordt met HPV. Bij heel veel vrouwen geneest deze infectie (die geen klachten geeft) vanzelf, maar sommige vrouwen blijven het virus bij zich dragen. Waarom sommige vrouwen die het virus bij zich dragen, een afwijkend uitstrijkje krijgen, en andere vrouwen niet, is niet bekend. U kunt er zelf niets aan doen om het virus kwijt te raken en het afwijkende uitstrijkje weer normaal te laten worden.
Om meer te weten te komen over het verband met afwijkende uitstrijkjes wordt in sommige ziekenhuizen onderzoek naar HPV gedaan. De arts vraagt u dan of u toestemt in het afnemen van een viruskweek. Omdat het virus via gemeenschap aan de seksuele partner kan worden overgedragen, hebben vrouwen soms het gevoel dat zij een geslachtsziekte hebben. Zij vragen zich af of zij of hun partner ‘schuld’ hebben door seksuele contacten met andere partners in het verleden. Vrouwen die een relatie hebben waarbij geen van beiden ooit seksuele contacten met anderen heeft gehad, vragen zich soms af of hun partner niet toch andere seksuele contacten heeft gehad. Dergelijke gevoelens zijn begrijpelijk, maar omdat HPV-infecties zoveel voorkomen, twijfelen sommige artsen eraan of het virus alleen door gemeenschap wordt overgedragen. Bovendien is niet bij alle afwijkende uitstrijkjes sprake van besmetting met HPV.




















Vrouwen die nooit gemeenschap hebben gehad, hebben minder kans om het virus bij zich te dragen. De meeste artsen vinden de kans op baarmoederhalskanker zo klein dat zij een uitstrijkje niet nodig vinden. Lesbische vrouwen die ooit in het verleden heteroseksuele contacten (zonder condooms) hebben gehad, hebben evenveel kans als heteroseksuele vrouwen op een afwijkend uitstrijkje.

naar boven

Wat is een colposcopie?
Colposcopie is een onderzoeksmethode waarbij met een soort microscoop (de colposcoop) naar de baarmoedermond en de schede gekeken wordt. Daardoor is het mogelijk dit gebied nauwkeuriger te onderzoeken dan met het blote oog. De colposcoop werkt dus als een heel sterk vergrootglas (zie afbeelding A).

naar boven

Hoe wordt de colposcopie verricht?
Voor de colposcopie is het nodig dat u plaatsneemt op de gynaecologische onderzoeksstoel. Net als bij het maken van een uitstrijkje brengt de arts een speculum (eendenbek) in de vagina (schede) zodat de baarmoedermond goed zichtbaar wordt. Via de colposcoop schijnt een lichtbundel naar binnen. De baarmoedermond en de schede zijn nu goed te onderzoeken. Meestal is het nodig om met een wattenstokje wat slijm van de baarmoedermond te vegen (zie afbeelding C). Daarna wordt verdund azijnzuur op de baarmoedermond aangebracht. Hierdoor worden afwijkende plekjes duidelijk zichtbaar.

Als u menstrueert, kunt u de afspraak voor de colposcopie beter uitstellen tot de menstruatie is afgelopen.

naar boven

Een biopsie
Indien de arts dit nodig vindt, kan hij/zij nu uit zo'n afwijkend plekje enkele stukjes weefsel wegnemen voor onderzoek. Het wegnemen van zo'n stukje weefsel noemt met een biopsie.

Lisbiopt
De arts kan ook besluiten direct een zogenaamd lisbiopt te nemen. Door middel van dit lisbiopt kan een groter stukje weefsel weggenomen worden. In de meeste gevallen is dit tevens een afdoende behandeling.
Voordat uw arts het lisbiopt neemt zal hij/zij de baarmoedermond eerst verdoven door middel van injecties met een heel dunne naald. Het inspuiten van de verdoving kan enigszins pijnlijk zijn. Daarna voelt u over het algemeen niets meer van het afnemen van het lisbiopt zelf.

Een lisbiopt gebeurt met een speciaal daarvoor ontworpen roestvrijstalen lusje, dat elektrisch verhit wordt (zie afbeelding B). Wanneer het lusje in contact komt met het weefsel van de baarmoedermond, wordt het warm. Op deze wijze kan het lusje moeiteloos een stukje weefsel afsnijden. Tevens worden de bloedvaatjes dichtgeschroeid. Tijdens de behandeling krijgt u een plastic plakker op uw been om de stroom af te geleiden. Na een lisbiopt kunt u 7 tot 10 dagen wat bloederige afscheiding hebben.


Afbeelding B

Door het nemen van biopsieën ontstaan er wondjes aan de baarmoedermond. Dit veroorzaakt vrijwel altijd enig bloedverlies. Daarom krijgt u soms na afloop van het onderzoek gaas ingebracht. Deze kunt u na ongeveer twee uur weer verwijderen. Ook de volgende dag zult u nog wat bloederige afscheiding hebben. De eerste dagen na de behandeling is het beter om geen tampons te gebruiken in verband met de wondgenezing.

naar boven

Hoe lang duurt een colposcopie?
De colposcopie zelf duurt ongeveer 10 à 15 minuten.

naar boven

Is een colposcopie pijnlijk?
Een colposcopie is niet pijnlijk. Het nemen van een biopsie voelt u wel, de pijn is echter zo gering dat verdoving daarvoor niet nodig is.

naar boven

Mag je gemeenschap hebben na een colposcopie?
Er is geen enkel bezwaar tegen gemeenschap na een colposcopie. Indien er een biopsie of lisbiopt genomen is, is het beter te wachten tot het bloedverlies is gestopt.

naar boven

De uitslag van het onderzoek
De gynaecoloog vertelt over het algemeen tijdens of na de colposcopie hoe de baarmoederhals er uitziet. In de meeste gevallen wordt een weefselstukje weggenomen dat waarschijnlijk de afwijkende cellen in het uitstrijkje veroorzaakt. Soms zijn er nauwelijks afwijkingen te zien en wordt geen biopsie verricht. Het biopt wordt in het laboratorium door een arts (patholoog) onderzocht. De uitslag is meestal binnen twee weken bekend. De gynaecoloog bespreekt met u hoe u de uitslag hoort: telefonisch, schriftelijk of tijdens een vervolgbezoek.

naar boven

De verschillende uitslagen
Hieronder beschrijven wij de meest voorkomende uitslagen van weefselonderzoek. Meestal wordt de uitslag weergegeven als dysplasie. Dysplasie betekent dat de opbouw van het weefsel wat anders is dan normaal. Ook wordt veel de term CIN gebruikt. Dit is een afkorting voor cervicale intra-epitheliale neoplasie, een Engelse benaming voor dysplasie.
CIN I of lichte dysplasie: de weefselopbouw van de baarmoederhals is licht afwijkend, maar het is geen kanker.
CIN II of matige dysplasie: de weefselopbouw van de baarmoederhals is iets meer afwijkend, maar het is geen kanker.
CIN III of ernstige dysplasie: de weefselopbouw is nog meer afwijkend. Men spreekt hier van een voorstadium van baarmoederhalskanker. Een voorstadium betekent niet dat u zonder behandeling werkelijk kanker zult krijgen. De meeste vrouwen met een CIN III krijgen ook zonder behandeling waarschijnlijk nooit baarmoederhalskanker. De verouderde naam voor een CIN III is een carcinoma in situ. Deze naam is verwarrend, want er is geen sprake van kanker.

naar boven

Emoties
Hoewel een colposcopie niet pijnlijk is, kunt u het onderzoek misschien wel als belastend ervaren. Onzekerheid over de bevindingen speelt hierbij een grote rol. Indien u behoefte heeft hierover met uw arts te praten kunt u dit gerust doen.

naar boven

De behandelingsmethoden
De verschillende mogelijkheden zijn hieronder voor u op een rijtje gezet. Tijdens een behandeling heeft het de voorkeur dat u niet menstrueert.

Afwachten
Soms hoeft er na een colposcopie verder niets te gebeuren en is alleen regelmatige controle door middel van het maken van een uitstrijkje noodzakelijk.

Bevriezen: cryobehandeling
De behandeling vindt plaats op de polikliniek en duurt totaal ongeveer 20 minuten. U neemt plaats in de gynaecologische onderzoeksstoel en de arts brengt voorzichtig een speculum (eendenbek) in de vagina. Er wordt een metalen stift op de baarmoedermond geplaatst. Met behulp van CO² wordt deze plek afgekoeld tot ongeveer - 60 graden Celsius.
Het weefsel waarin de afwijking zich bevindt, wordt op deze wijze bevroren en zal afsterven. In de loop van enkele weken zal dit vervangen worden door nieuw, gezond weefsel. Het bevriezen van de baarmoedermond kan kramp van de baarmoeder veroorzaken.
Om dit tegen te gaan dient u ongeveer een uur voor de behandeling 2 tabletten Naproxen in te nemen, dit is een pijnstiller. U kunt deze tabletten krijgen op de polikliniek. Na de behandeling blijft de menstruatie gewoon zoals zij was en ook zwangerschap blijft gewoon mogelijk.

Na de behandeling zult u enige tijd bloederige of zeer waterige afscheiding hebben. Deze periode duurt over het algemeen drie weken. De waterige afscheiding wordt veroorzaakt doordat het oppervlak van de baarmoedermond enigszins beschadigd is. Daardoor komt de celvloeistof naar buiten.

Elektrisch verwijderen: de lisexcisie/lisconisatie
Deze behandeling vindt plaats op de polikliniek of op de operatiekamer en duurt ongeveer 20 minuten. De procedure is dezelfde zoals beschreven onder 'lisbiopt'. Als er besloten wordt een lisexcisie onder gehele narcose of met een ruggenprik te verrichten, gebeurt dit in dagbehandeling. Dat betekent dat u op de dag van de opname behandeld wordt en dezelfde dag naar huis gaat.

naar boven

Operatieve behandeling: exconisatie
Bij een exconisatie neemt de gynaecoloog een kegelvormig stukje van de baarmoederhals weg. Dit gebeurt met een mesje. Voor deze behandeling wordt u opgenomen in het ziekenhuis. De ingreep vindt plaats op de operatiekamer onder narcose of soms met een ruggenprik en gebeurt via de schede. U krijgt dus geen litteken op uw buik. De operatie duurt ongeveer 30 minuten.
Na een exconisatie brengt de gynaecoloog soms een tampon in de schede. Deze tampon bestaat meestal uit een lang gaaslint. De urinebuis kan hierdoor een beetje dichtgedrukt worden, waardoor het plassen moeilijk kan zijn. Soms brengt men daarom een urinekatheter in de blaas. Deze wordt verwijderd nadat de tampon door de verpleegkundige uit de schede is gehaald.

naar boven

Hoe gaat het verder?
Na zes maanden wordt het uitstrijkje herhaald. Meestal heeft het weefsel zich dan voldoende hersteld. In enkele gevallen is het nodig de behandeling nog een keer te herhalen. U blijft de eerste 2 jaar na de behandeling op de polikliniek onder controle. Er zullen regelmatig uitstrijkjes gemaakt worden. Indien het uitstrijkje meerdere malen normaal is, wordt u meestal weer terugverwezen naar de huisarts en zullen verdere uitstrijkjes volgens de richtlijnen van het bevolkingsonderzoek verricht worden. 

naar boven

Adviezen na behandeling van de baarmoederhals
Gebruik van tampons
Het gebruik van tampons wordt afgeraden zolang u nog bloedverlies of afscheiding heeft.

Seksualiteit
Gemeenschap wordt afgeraden zolang u nog bloedverlies of afscheiding heeft. 

Zwemmen, baden, douchen, sauna
Zolang u nog bloedverlies of afscheiding heeft adviseren wij u niet naar de sauna te gaan en niet te zwemmen of baden. Van de douche kunt u gerust gebruik maken.

naar boven

Wanneer moet u contact opnemen met de gynaecoloog?
Indien u veel bloedverlies heeft (meer dan bij een forse menstruatie) of koorts krijgt moet u contact opnemen met de arts.

Overdag via de polikliniek Gynaecologie, tel: 070 - 312 46 90.

’s Avonds of in het weekend neemt u contact op met de dienstdoende arts via het algemene nummer, tel: 070 – 312 41 41.

Meer informatie over het uitstrijkje of het colposcopisch onderzoek kunt u vinden via de website http://www.nvog.nl/

naar boven