U bevindt zich hier: Bronovo / Patiënten en bezoekers / Patiëntenvoorlichting / Verwardheid...

Verwardheid - acuut optredend

Acuut optredende verwardheid.
 
Inleiding 
Uw familielid, vriend(in) of kennis ligt in ons ziekenhuis. Zoals u waarschijnlijk gemerkt heeft reageert hij of zij niet zoals u gewend bent. U bent mogelijk geschrokken van de toestand waarin u hem of haar aantrof. Met deze folder informeren wij u over dit voor u “vreemde” gedrag; een delier (acuut optredende verwardheid). 

Wat is een delier?
Een delier is een vorm van verwardheid, die plotseling optreedt. Mensen met een delier zijn vaak onrustig en kunnen vreemd reageren. Een delier is in de meeste gevallen tijdelijk. Als de lichamelijke toestand verbetert, wordt de verwardheid meestal minder. De periode van verwardheid varieert van enkele uren tot meerdere dagen en is afhankelijk van een aantal factoren:

  • de ernst van de lichamelijke aandoening;
  • de leeftijd van de patiënt;
  • de conditie van de patiënt.

Verschijnselen
Bij acuut optredende verwardheid kunnen zich de volgende verschijnselen zich voordoen:

  • onrust
  • de patiënt is minder helder dan normaal. Het contact verloopt daardoor soms ook moeilijk.
  • het korte geheugen kan de patiënt in de steek laten, waardoor hij/zij zich zeer recente gebeurtenissen niet weet te herinneren.
  • omdat de patiënt geen vat meer heeft op zichzelf en zijn/haar omgeving kan hij/zij anders, dan u gewend bent reageren.
  • de patiënt met een delier ervaart de werkelijkheid vaak anders. Hij/zij hoort of ziet dingen die er niet zijn.

Vaak zijn de verschijnselen sterk wisselend aanwezig. Momenten van onrust wisselen bijvoorbeeld af met momenten van relatieve helderheid en rust.

Oorzaken waardoor er een acuut optredende verwardheid ontstaat
Het ontwikkelen van een delier of acute verwardheid kan verschillende oorzaken hebben. Enkele veel voorkomende oorzaken zijn ingrijpende operaties, een tekort aan zuurstof, hoge koorts en het ondergaan van een narcose.  

Patiënten die ouder zijn dan 70 jaar hebben een hoger risico om acuut verward te raken. Daarnaast zijn het hebben van een hersenletsel, een beginnende vorm van dementie en het gebruik van alcohol/drugs factoren die mede kunnen bijdragen aan het ontstaan van een delier.

Waaruit bestaat de behandeling?
De behandelend arts zal proberen zo snel mogelijk de oorzaken van het delier vast te stellen en deze te behandelen. Daarnaast zijn er medicijnen die de verschijnselen ven een delier verminderen. Vaak wordt een psychiater betrokken bij de behandeling. Wanneer de patiënt erg onrustig is, zijn er soms maatregelen nodig om te voorkomen dat hij/zij uit bed valt en zich pijn doet of bijvoorbeeld het infuus uittrekt. Het tijdelijk vastleggen van de patiënt kan nodig zijn om dat te voorkomen.

Wat kunt u doen als familie/betrokkene?
Mensen met een delier of acute verwardheid kunnen vaak moeilijk communiceren. Hieronder vindt u een aantal tips om de patiënt zoveel mogelijk steun te geven en om zo goed mogelijk contact met hem/haar te leggen:

  • Vertel de patiënt waar hij/zij zich bevindt en waarom.
  • Ter oriëntatie voor de patiënt kunt u aan geven hoe laat het is.
  • Probeer de patiënt te betrekken met het hier en nu door een krant (voor te lezen) en foto’s mee te nemen.
  • Stel eenvoudige vragen, bijvoorbeeld: “Heb je lekker geslapen?” in plaats van: “Heb je lekker geslapen of was je steeds wakker?”
  • De patiënt kan onrustig worden als u te veel vraagt. Het is dan voldoende om er gewoon te zijn.
  • Bezoek is belangrijk, maar zorg er voor dat er niet te veel personen tegelijk komen.
  • Wanneer u met meerdere personen op bezoek komt, probeer dan zoveel mogelijk aan een kant van het bed te zitten, zodat de patiënt zich op één punt kan richten.
  • Let erop dat de patiënt zo nodig zijn/haar bril en/of hoorapparaat gebruikt.
  • Wanneer de patiënt dingen zegt die niet kloppen met de werkelijkheid, dan kunt u dit beter niet tegenspreken, maar ook niet bevestigen. Wel kunt u begrip tonen voor de angstige gevoelens die het teweeg kunnen brengen.
  • Probeer discussie met de patiënt te vermijden.

Tot slot
Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen, dan kunt u die altijd stellen aan de verpleegkundige van de afdeling, of u kunt een afspraak maken met de behandeld arts.