U bevindt zich hier:
Bronovo
/
Patiënten en bezoekers
/
Patiëntenvoorlichting
/
Mammabiopsie...
Mammabiopsie - weefselonderzoek van de borst
Informatiefolder voor patiënten die een biopsie of een lokalisatieprocedure van de borst ondergaan.
Inleiding
Binnenkort komt u voor een mammabiopsie op de afdeling Radiologie van Bronovo. Wanneer er in uw borst een afwijking is gevonden (dat kan een knobbel zijn maar ook een afwijking op een röntgenfoto, bijv. bij het bevolkingsonderzoek) is vaak een weefselmonster nodig zodat de patholoog een definitieve diagnose kan stellen. Uw behandelend arts heeft u er wellicht al iets over verteld. In deze folder wordt uitlgelegd hoe het onderzoek verloopt. Het is mogelijk dat hiervan in uw geval enigszins wordt afgeweken. Wij adviseren u de hele folder door te nemen.
Biopsie door de radioloog, m.b.v. echo of röntgenfoto’s
Soms kan er voldoende zekerheid over de aard van een afwijking in de borst worden verkregen met de combinatie van lichamelijk onderzoek, mammografie en de zogenaamde cytologische punctie (het opzuigen van cellen uit de afwijking met behulp van een dunne naald: zie de voorlichtingsfolder “Mammapolikliniek”). Vaak is echter toch meer weefsel nodig om de definitieve diagnose te stellen en moet er een biopt genomen worden. Deze biopsie wordt verricht op de afdeling Radiologie door de radioloog met assistentie van een doktersassistente of een radiodiagnostisch laborant.
Een mammabiopsie (mamma betekent borst) wil zeggen dat er een klein reepje weefsel (een biopt) uit de borst wordt gehaald. Met behulp van dit stukje weefsel (ongeveer 1-2 millimeter dik en 1-2 centimeter lang) kan een patholoog vaststellen of er sprake is van een goedaardige of kwaadaardige aandoening. Dit is van groot belang voor het bepalen van de juiste behandeling.
Voorbereiding
U wordt vriendelijk verzocht uw bovenlichaam en met name de borsten niet in te smeren met olie of body lotion omdat dit het samendrukken van de borst bemoeilijkt, als er een röntgenfoto gemaakt wordt.
Het onderzoek
Wanneer u in het ziekenhuis komt, wordt u verzocht zich eerst te melden bij de receptie van de afdeling Radiologie.
Voor het onderzoek wordt gevraagd u zich van boven uit te kleden.
Mammabiopsie met echografie:
Als de afwijking zichtbaar is met echografie zal in principe de biopsie ook met behulp van echografie worden uitgevoerd. Dat is technisch relatief eenvoudig en over het algemeen weinig belastend. Bij deze methode wordt gebruikt gemaakt van een houder met daarin een sterke veer waarmee een speciale holle naald (2 millimeter dik) heel snel heen en weer “schiet” in de afwijking en daarbij een klein stukje weefsel “vangt”.
De radioloog zoekt eerst met echografie de afwijking op. De huid wordt gedesinfecteerd met jodium of alcohol en vervolgens verdoofd met een injectie. Dit kunt u een klein beetje voelen, net zoals iedere andere verdovingsprik. De ervaring leert dat hierna de procedure vrijwel pijnloos is. Vervolgens wordt met een mesje een klein gaatje (1-2 millimeter) in de huid gemaakt waardoor de biopsienaald kan worden ingebracht. Met behulp van de echobeelden wordt de naaldpunt tot in de afwijking gebracht en wordt met een druk op de knop het veermechanisme in werking gesteld. Dit geeft een licht knallend geluid; dat geluid zal de radioloog van tevoren aan u laten horen zodat u daar niet van schrikt. Meestal worden er één tot drie biopten (door dezelfde opening) genomen.
Mammabiopsie met röntgenfoto’s:
Soms gaat het om een afwijking in de borst die niet met echografie maar alleen met röntgenfoto’s te zien is (bijv. heel kleine verkalkingen). Dan moet ook de biopsie met röntgenondersteuning worden uitgevoerd. Dit gebeurt met het mammografieapparaat waarmee ook de gewone röntgenfoto’s van de borsten worden gemaakt. U zit op een stoel voor het apparaat en uw borst wordt voorzichtig samengedrukt tussen twee platen. Door een kleine technische aanpassing aan het mammografieapparaat kan met twee röntgenfoto's precies worden uitgerekend waar en hoe diep de biopsie naald moet worden ingebracht (dit heet “stereotaxie”).
Bij deze methode wordt een andere naald gebruikt dan bij de echogeleide techniek. Als eenmaal de juiste plaats is bepaald wordt de huid gedesinfecteerd en verdoofd en wordt er een klein gaatje gemaakt. Dan wordt via dat gaatje eerst een holle buitennaald (dikte ca 3 millimeter) bij de afwijking gebracht. Dan wordt daardoorheen de biopsie naald ingebracht die aan een vacuümsysteem is gekoppeld. Het weefsel wordt als het ware in de naald gezogen. Het vacuümsysteem vereist voor een betrouwbare diagnose wat meer materiaal: er worden meestal 4 tot 6 zuigbiopten genomen, waarbij de buitennaald dus steeds blijft zitten. Na afloop wordt de buitennaald verwijderd. Soms wordt een markering in de borst achtergelaten om de afwijking later terug te kunnen vinden.
Is het onderzoek pijnlijk?
Het aandrukken van de borst, bij een röntgenfoto, kan gevoelig en soms zelfs pijnlijk zijn. Dit verschilt per persoon. De pijn kan veroorzaakt worden doordat de kunststofplaat tegen de borstwand aandrukt of doordat het borstweefsel gevoelig is.
Daarnaast kan de verdovingsprik pijnlijk zijn. Hierna is de procedure vrijwel pijnloos.
Duur van het onderzoek
Een mammabiopsie met echografie duurt ongeveer 10 minuten. Een mammabiopsie met röntgenfoto’s duurt ongeveer 30 minuten.
Na het onderzoek
Na het verwijderen van de naald wordt het gaatje afgedrukt en afgeplakt met een pleister. U mag daarna gewoon het ziekenhuis verlaten. Het is wel verstandig om de eerste uren even rustig aan te doen. Na het uitwerken van de verdoving kan de plek waar de biopsie genomen is licht gevoelig zijn; dit is meestal goed te bestrijden met 1 à 2 tabletten paracetamol 500mg.
Risico’s
Bij een mammografie wordt gebruik gemaakt van röntgenstralen. Door de moderne technieken die in het ziekenhuis worden toegepast, is het risico die stralen met zich meebrengen minimaal. Wel is het zo dat bij vrouwen onder de dertig en bij zwangere vrouwen de voorkeur wordt gegeven aan alleen een echografie. Dit mede vanwege het feit dat bij deze vrouwen veel dicht opeengepakt klierweefsel aanwezig is, waardoor het mammogram vaak niet goed te beoordelen is. Als u zwanger bent, of net zwanger bent geweest of als u borstvoeding geeft, is het belangrijk dit te melden. Het kan zijn dat hierdoor het onderzoek niet door kan gaan.
Bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven en niet van röntgenstralen. Echografie is een onderzoek wat al tientallen jaren wordt uitgevoerd. Tot nu toe zijn er bij de praktijk en in wetenschappelijk onderzoek geen nadelige gevolgen of schadelijke effecten aangetoond.
Wanneer u overgevoelig bent voor jodium op de huid dient u dit voorafgaand aan het onderzoek aan de laborant te melden.
Excisiebiopsie met behulp van draadlokalisatie
Soms is een rechtstreekse biopsie met behulp van echografie of röntgenfoto's om medische redenen niet voldoende of om technische redenen niet mogelijk. In die situatie kan het noodzakelijk zijn om de biopsie door de chirurg op de operatiekamer te laten uitvoeren. Omdat in deze situatie het afwijkende weefsel meestal niet te voelen is en de chirurg natuurlijk wel precies moet weten waar het afwijkende weefsel zit, brengt de radioloog één dag voor de operatie een dun flexibel metalen draadje in de borst, zodanig dat de punt van het draadje precies bij de afwijking komt te liggen.
Lokalisatieprocedure met röntgenfoto's of echografie
U meldt zich op de afdeling Radiologie. Als de afwijking zichtbaar is met echografie zal in principe het inbrengen van de lokalisatiedraad ook met behulp van echografie worden uitgevoerd. Dat is technisch relatief eenvoudig en voor de patiënt weinig belastend. Als de afwijking niet met echografie te zien is gaat het inbrengen van het lokalisatiedraadje met hetzelfde mammografie apparaat als waarmee de gewone röntgenfoto’s van de borst worden gemaakt. U zit op een stoel voor het apparaat en uw borst wordt dus ook weer voorzichtig samengedrukt tussen twee platen. Door een kleine technische aanpassing aan het mammografieapparaat kan precies kan worden uitgerekend waar en hoe diep de draad moet worden ingebracht (dit heet, 'stereotaxie').
Na desinfectie wordt direct de speciale naald met daarin het draadje ingebracht. Dit is een heel dunne naald (ca 1 millimeter dik), vergelijkbaar met een verdovingsnaald. Er is dan ook geen verdoving nodig. De naald wordt dan verwijderd en het draadje blijft op zijn plek. Dat voelt u niet. Het draadje is ongeveer 15 cm lang maar gaat slechts een paar cm de borst in. Het grootste deel steekt na afloop uit de borst en wordt met een doorzichtige pleister plat op de borst geplakt. Na afloop worden 2 röntgenfoto's gemaakt om de positie van de draad te controleren.
Na de lokalisatieprocedure: de operatie
De chirurg doet de volgende dag op de operatiekamer een ingreep waarbij de afwijking wordt opgespoord door het draadje de borst in te volgen. Dit gebeurt onder narcose en duurt ongeveer 45 minuten. Vervolgens wordt weefsel rondom het uiteinde van de draad verwijderd (een zgn. excisiebiopsie) en naar de afdeling radiologie gebracht. Een röntgenfoto laat dan zien of de bewuste afwijking in het verwijderde stukje weefsel zit. Het biopt wordt naar de patholoog gestuurd en de operatie wordt beëindigd.
Voorbereiding
Bloedverdunners: Wanneer u bloedverdunners gebruikt zoals Ascal, Plavix, Marcoumar of Sintrom dient u hiermee tijdig te stoppen. Uw behandelend chirurg zal u hierover informeren.
Waar vindt het onderzoek plaats
Het onderzoek van de borst wordt uitgevoerd op de afdeling Radiologie, begane grond gang D. Als u binnenkomt in de centrale hal gaat u linksaf de gang in, waarna u bij de liften rechtsaf gaat. U kunt ook de bordjes naar de afdeling Radiologie volgen.
Opname
Alleen wanneer u een draadlokalisatie met chirurgische excisiebiopsie ondergaat wordt u een nacht opgenomen (de nacht tussen het inbrengen van de draad en de daadwerkelijke biopsie). Na afloop van het inbrengen van de lokalisatiedraad gaat u dan ook weer terug naar de verpleegafdeling. Verdere informatie over de voorbereiding en de nazorg krijgt u dan ook via uw behandelend chirurg.
Mogelijke complicaties
Complicaties zijn zeldzaam. Een bloeduitstorting komt nogal eens voor, maar behoeft meestal geen aanvullende behandeling. In het geval u dit thuis (dus na een radiologisch biopt) constateert dient u telefonisch contact op te nemen met de afdeling Radiologie, de Spoedeisende Hulp of de dienstdoende arts-assistent van de Heelkunde.
Uitslag
Zodra de patholoog het weefsel volledig heeft beoordeeld gaat de uitslag naar uw behandelend chirurg. Dit duurt ongeveer 5-7 dagen. Soms wordt het weefsel nog ter beoordeling aan externe deskundigen voorgelegd: dan duurt het nog iets langer.
Tot slot
De afdeling streeft ernaar om u op uw afspraaktijd te helpen. Wilt u daarom op tijd aanwezig zijn voor het onderzoek en rekening houden met de tijd die nodig is voor parkeren.
Mocht u onverhoopt de afspraak niet na kunnen komen of heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan tijdens kantooruren contact op met de afdeling Radiologie, tel: 070 - 312 41 20.