Laparoscopie
Een kijkje in de buikholte
Inleiding
De gynaecoloog heeft voorgesteld een laparoscopie bij u te verrichten. Dit is een ingreep waarbij de arts met een speciaal instrument, de laparoscoop, in de buikholte kan kijken. De gynaecoloog maakt een of twee kleine sneetjes in de buik (soms onzichtbaar in de navel en het schaamhaar), om de laparoscoop en een tastinstrument in de buikholte te brengen. Een laparoscopie kan nodig zijn om de oorzaak van onbegrepen buikpijn of vruchtbaarheidsstoornissen op te sporen. In sommige gevallen kunnen kleine afwijkingen tijdens de laparoscopie meteen worden behandeld. Ook wordt een laparoscopie wel toegepast om een sterilisatie uit te voeren. Verder biedt een laparoscopie de mogelijkheid om kleine stukjes weefsel weg te nemen voor verder onderzoek (biopsie) of om andere eenvoudige ingrepen in de buikholte uit te voeren.
Wat staat u te wachten?
Een laparoscopie is een (vrij eenvoudige) ingreep die gemiddeld een half uur in beslag neemt. Meestal wordt de ingreep tijdens dagopname gedaan, zodat u dezelfde dag weer naar huis mag. Het is echter ook mogelijk dat de arts u liever een dag (en een nacht) in het ziekenhuis opneemt. Dit wordt uiteraard van tevoren met u besproken. Laparoscopie vindt meestal onder volledige narcose plaats. U mag dan ook vanaf middernacht voorafgaand aan de ingreep niets meer eten of drinken. Regel van te voren het vervoer naar huis, want het is verstandig niet onmiddellijk weer zelf aan het verkeer deel te nemen.

Hoe wordt het onderzoek gedaan?
U meldt zich op de afgesproken tijd in het ziekenhuis. Hier krijgt u een bed toegewezen. U wordt verzocht uw kleren in een kast te hangen en een operatiehemd aan te trekken, waarna u in bed kruipt. Een verpleegster zal uw bloeddruk opnemen en u soms een kalmerend middel geven om de spanning voor de ingreep te verminderen. Op de operatiekamer wordt u onder narcose gebracht. Als u slaapt maakt de arts een klein sneetje in of vlak onder de navel. Via een dunne naald met ronde punt wordt gas in de buikholte gebracht. De buik wordt hierdoor een beetje “opgeblazen”. Dit vergemakkelijkt het zicht, en daardoor wordt de kans op verwonding van darmen of bloedvaten klein. Vervolgens wordt de op een lichtbron aangesloten kijkbuis door het sneetje in de buikholte gebracht. De arts kan nu alle organen in de buikholte goed bekijken. Dit zijn behalve de geslachtsorganen (baarmoeder, eileiders en eierstokken) ook het buikvlies, de blaas, blinde darm, lever, milt, galblaas en de dikke- en dunne darm. Indien nodig maakt de arts nog een tweede sneetje, vlak boven of in het schaamhaar. Hier kunnen hulpinstrumenten doorheen worden geschoven, bijvoorbeeld een instrumentje om de organen tijdens het onderzoek opzij te duwen, of een speciaal tangetje waarmee een klein stuk weefsel kan worden weggehaald (biopsie). Vaak wordt vooraf via de schede een klein staafje in de baarmoeder gebracht om deze heen en weer te kunnen bewegen, zodat alles beter te overzien is. Als het onderzoek en de eventuele behandeling is afgelopen, laat de arts het gas via het sneetje of de naald ontsnappen. De laparoscoop wordt verwijderd en het sneetje (of de sneetjes) wordt/worden gehecht. Dan wordt u naar de uitslaapkamer gebracht.
Wat kunt u na het onderzoek verwachten?
U blijft net zo lang in de uitslaapkamer tot u weer wakker bent. Daarna wordt u naar uw kamer gereden, waar u blijft tot u weer naar huis mag. De eerste 24 uur kunt u wat last hebben van pijn in of op uw schouders. Dat komt omdat er meestal wat gas in de buikholte achterblijft. Het achtergebleven gas wordt vrij snel in het bloed opgenomen en via de longen uitgeademd. Op dat moment vermindert ook de schouderpijn. Sommige patiënten voelen zich de eerste dagen na het onderzoek niet erg fit. Dit is dan een bijwerking van de narcose, die vanzelf weer verdwijnt. Ook kunt u een paar dagen een beetje buikpijn hebben. Soms treedt bloedverlies uit de schede op. De wondjes genezen in de meeste gevallen binnen een week. Na één week moeten de hechtingen worden verwijderd. In sommige gevallen vindt enige tijd na het onderzoek een controle plaats; tijdens het controlebezoek zal de arts de resultaten van het onderzoek en/of de behandeling met u bespreken. De sneetjes laten hele kleine littekens na, die na verloop van tijd nauwelijks meer te zien zijn.
U doet er goed aan uzelf een dag of tien te ontzien. Vraag, voordat u het ziekenhuis verlaat, wat u wel en niet mag doen wanneer u zich daarover onzeker voelt. Het hangt uiteraard van de ingreep af (alleen onderzoek of ook behandeling en zo ja, welke), wanneer u weer gewoon kunt functioneren. Meestal voelt u zelf wel, wanneer alles weer kan.
Kunnen er complicaties optreden?
Waarschuw de (huis)arts bij het optreden van één of meer van de volgende verschijnselen:
- Buikpijn die niet minder maar juist steeds heviger wordt.
- Koorts.
- Roodheid en zwelling van de wond.
- Vochtverlies uit de wond.
De redenen voor laparoscopie op een rijtje (indicaties)
Bij een laparoscopie kunnen de organen in de buikholte worden bekeken; ze komen ook binnen bereik voor eenvoudige ingrepen, zoals het opheffen van kleine vergroeiingen, sterilisatie en een biopsie. Ook kunnen de oorzaken van verschillende klachten worden opgespoord en zo mogelijk direct worden behandeld. In andere gevallen kan door middel van een laparoscopie worden vastgesteld, of een andere, grotere operatie nodig is.
Sterilisatie
Het afsluiten van de eileiders vindt dikwijls via een laparoscopie plaats. De eileiders worden met een ringetje of klemmetje dichtgedrukt, of er kan een stukje uit elk van de eileiders worden gehaald. Eicel en zaadcel kunnen elkaar nu niet meer bereiken, zodat geen zwangerschap kan optreden.
Buikpijn
Vaak kan een laparoscopie uitgevoerd worden vanwege aanhoudende en dikwijls hevige buikpijnklachten. Buikpijn kan uiteenlopende oorzaken hebben, die ook na een laparoscopie lang niet altijd kunnen worden verklaard.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Endometriose
- Ontstekingen
- Verklevingen
- Inwendige bloedingen
Onvruchtbaarheid
Bij het vruchtbaarheidsonderzoek kan met behulp van laparoscopie afwijkingen op het spoor komen, die met andere onderzoekmethoden (o.a. echografie en baarmoederfoto) niet of onvoldoende zichtbaar zijn. Daartoe behoren vergroeiingen, verklevingen, endometriose of een gedeeltelijk afgesloten eileider. Er wordt dan via de baarmoederhals een blauwe kleurstof ingespoten. Zijn de eileiders open, dan wordt de kleurstof in de buikholte zichtbaar. De laparoscopie wordt in dit geval in de tweede week van de cyclus gedaan, dus tussen de laatste menstruatie en de te verwachten ovulatie in.
Endometriose
Baarmoederslijmvlies, in medische termen, endometrium genoemd, kan ook buiten de baarmoeder in de buikholte voorkomen. Tijdens de menstruatie bloeden deze stukjes baarmoederslijmvlies mee. Hierdoor kunnen de menstruaties soms heviger worden, en bovendien kunnen andere klachten als pijn en/of onvruchtbaarheid ontstaan. Met een laparoscopie kan worden vastgesteld waar de ‘endometriumhaarden’ zich bevinden. Deze kunnen worden verwijderd of behandeld met medicijnen. Na behandeling kan een laparoscopie uitsluitsel geven over het succes ervan.
Ontstekingen
Bij ontstekingen van de eileiders kan via een laparoscopie worden bekeken hoe ernstig de ontsteking is. Na behandeling kan gekeken worden of de ontsteking helemaal over is. Ook kan eventueel wat weefsel worden meegenomen voor bacteriologisch onderzoek.
Verklevingen
Door ontstekingen of operaties kan littekenweefsel in de buik ontstaan. Dit kan verkleving en verdraaiing van organen tot gevolg hebben, die heel pijnlijk kunnen zijn. Kleine verklevingen kunnen tijdens een laparoscopie worden losgemaakt met een speciaal klein schaartje.
Inwendige bloedingen
Door een ziekte of ongeluk kan bloeding uit een orgaan in de buik optreden. Met een laparoscopie kan worden bepaald waar het bloed vandaan komt. Inwendige bloedingen zijn pijnlijk, niet alleen omdat een orgaan gewond is, maar ook omdat de ophoping van bloed veel pijn kan veroorzaken. Bij een laparoscopie kan het overtollige bloed worden weggezogen.
Ziekten van andere buikorganen
Meestal wordt een laparoscopie toegepast bij gynaecologisch onderzoek, maar deze kan ook goede diensten bewijzen om aandoeningen aan andere organen in de buik te helpen vaststellen.
Zwellingen in de buik
Deze kunnen bij vrouwen én mannen via een laparoscopie goed worden onderzocht. Soms wordt ook over buikpijn geklaagd, maar meestal is een zwelling pijnloos. Enkele bij veel vrouwen voorkomende afwijkingen die gepaard gaan met zwellingen, zijn:
- Eierstokvergroting
Een eierstok kan vergroot raken door een cyste (een met vloeistof gevulde holte) of een gezwel. Met een laparoscopie kan de arts zien waar het hier om gaat. Is er een cyste, dan kan die soms meteen worden leeggezogen. Blijkt het een gezwel te zijn, dan wordt een stukje weefsel weggenomen voor verder onderzoek.
- Eileidervergroting
Ook kan een eileider worden afgesloten door een ophoping van vocht. Dit is met een laparoscopie vast te stellen. Bij vruchtbaarheidsstoornissen kan ook worden gekeken of de eileider met een operatie te herstellen is.
- Myomen
Myomen, ook wel vleesbomen genoemd, bevinden zich of op de wand van de baarmoeder. Ze bestaan uit spier- en bindweefsel en variëren in grootte. Al naar gelang de plaats waar ze zich bevinden, kunnen ze pijn en/of onvruchtbaarheid veroorzaken.
Verkrijgen van eicellen
Bij reageerbuisbevruchting wordt laparoscopie soms nog toegepast om eicellen uit de eierstokken te kunnen opzuigen, maar meestal gebeurt dit vaginaal.
Onderzoek naar kanker
Na behandeling met medicijnen kan de arts met een laparoscopie zien of het gezwel kleiner wordt of niet. Ook kan laparoscopie een antwoord geven op de vraag of een operatie zinvol en uitvoerbaar is. En uiteraard kunnen stukjes weefsel voor nader onderzoek worden weggenomen.
Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, dan kunt u daarmee terecht bij het secretariaat Gynaecologie, via telefoonnummer 070 - 312 46 90.