Kraamtijd ABC
Voorlichting en instructie aan de ouder(s) en of verzorger(s) bij ontslag uit het ziekenhuis
Voordat u onze afdeling gaat verlaten, willen wij graag enige punten onder uw aandacht brengen.
Denkt u voor het ontslag aan:
- het op de hoogte stellen van de kraamzorg. In de kraamwijzer kunt u vinden wanneer en hoe de kraamzorg telefonisch bereikbaar is.
- het meenemen van een (aan de landelijke veiligheidseisen voldoen) autostoeltje of reiswieg voor uw kindje naar het ziekenhuis.
Als u met ontslag gaat stellen wij uw verloskundige of huisarts hiervan telefonisch op de hoogte.
Bij het verlaten van het ziekenhuis ontvangt u ontslagbrieven voor de verloskundige en/of huisarts. Wij verzoeken u deze brieven aan hem/haar te overhandigen.
Ook krijgt u een overdracht mee voor de kraamverzorg(st)er bij u thuis.
Na ontslag uit het ziekenhuis kunt u met al uw vragen en/of problemen bij uw verloskundige of huisarts terecht die het kraambed zal begeleiden.
De informatie in dit boekje kan u helpen om een antwoord te vinden op de meest gestelde vragen. Wij wensen u een goede kraamtijd toe en veel geluk met uw kindje.
Het verpleegkundige team, Bronovo.
Het ABC…….. voor de baby
Aangifte
Voor alle, in Nederland geboren, kinderen bestaat aangifteplicht bij de burgerlijke stand van de gemeente waar uw kindje geboren is (voor u dus het stadhuis of stadsdeelkantoor van de gemeente Den Haag). Binnen 3 dagen na de geboorte (in deze periode van 3 dagen mogen maximaal 2 werkdagen zitten), dient aangifte gedaan te zijn, anders bent u wettelijk strafbaar. U moet uw kindje aangeven door middel van het gele aangifteformulier dat u in het ziekenhuis hebt gekregen. Vergeet niet om uw identificatiebewijs en eventueel een trouwboekje mee te nemen als u aangifte gaat doen.
Afvallen
Het is normaal dat een kindje in de eerste week afvalt. Dit mag echter niet meer zijn dan 10% van het geboortegewicht. Als uw kindje meer dan 10% afgevallen is, verzoeken wij u of uw kraamverzorg(st)er contact op te nemen met degene die uw kraambed begeleidt. Het gewichtsverlies wordt voornamelijk veroorzaakt doordat een kindje meer vocht verliest dan dat het met de voeding toegediend krijgt. Op de 10e dag hebben de meeste kinderen hun geboortegewicht weer bereikt.
Borstvoeding
Zie de folder “volop moedermelk”, die wij u bij het ontslag meegeven.
Baden
Als u uw kindje thuis wil baden, raden wij u aan alle benodigdheden vooraf klaar te zetten. Het badwater mag niet warmer zijn dan 37°C. Dit kunt u controleren met een badthermometer of met uw elleboog. Bij baby’s jonger dan 10 dagen neemt u voor het baden de temperatuur op. Is deze lager dan 36.6°C, dan adviseren wij u om niet te baden. Als uw baby een droge huid heeft, kunt u het beste ongeparfumeerde olie gebruiken. Let u er bij het gebruik van olie op dat niet alle soorten olie in badwater gebruikt kunnen worden. Soms is olie alleen bedoeld om de huid van uw kindje mee in te smeren.
Consultatiebureau
Na aangifte van de geboorte van uw kindje op het stadhuis of stadsdeelkantoor, wordt via het stadhuis het consultatiebureau bij u in de buurt ingelicht. Een wijkverpleegkundige neemt tussen de 14e en 21e dag na de bevalling contact met u op om een afspraak te maken. Vaak betreft deze eerste afspraak een thuisvisite. Als u na drie weken nog niets van het consultatiebureau gehoord heeft, verzoeken wij u om zelf contact op te nemen met het consultatiebureau bij u in de buurt. Daarna volgen alle afspraken voor het consultatiebureau automatisch. Woont u in een andere gemeente dan Den Haag, dan verzoeken wij u om tussen de 14e en 21e dag zelf contact op te nemen met het consultatiebureau.
Flesvoeding
Zie de folder “flesvoeding”, die wij u bij het ontslag meegeven.
Gele huidskleur
De helft van alle gezonde en op tijd geboren baby’s wordt wat geel. Dit is een normaal verschijnsel en wordt veroorzaakt door een opeenhoping van de gele bloedkleurstof (bilirubine) in het bloed.
Deze komt vrij uit de rode bloedcellen die de baby na de geboorte in een te grote hoeveelheid heeft.
Als uw kindje over zijn/haar hele lijfje geel ziet, het oogwit duidelijk geel verkleurd is of uw kindje suf en slaperig is en slecht drinkt, verzoeken wij u of uw kraamverzorg(st)er om contact op te nemen met degene die het kraambed begeleidt.
Hielprik
Bij iedere baby wordt een PKU- of hielprik afgenomen. Deze bloedtest wordt tussen de 3e en 6e dag na de geboorte bij uw kindje afgenomen door uw verloskundige of huisarts. Verblijft uw baby gedurende deze dagen nog in het ziekenhuis, dan wordt de hielprik door een van onze verpleegkundigen verricht.
Het bloed van uw kindje wordt onderzocht op een aantal zeldzame aandoeningen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de folder die u bij de aangifte bij de burgerlijke stand hebt gekregen, of naar de website www.rivm.nl.
Huilen
Huilen is de manier van uw kindje om duidelijk te maken dat er “iets” is. Het kan zijn dat uw kindje honger heeft of zuigbehoefte, de luier kan vies of nat zijn, uw kindje kan het te warm of te koud hebben, er kan een boertje dwars zitten of uw kindje kan last hebben van darmkrampjes of niet lekker liggen. Soms is het niet duidelijk wat er aan de hand is. Een onrustige baby wordt vaak wel stil als hij/zij even geknuffeld wordt door een vertrouwd iemand.
Kruik
De normale temperatuur van een baby schommelt tussen de 36.5°C en de 37.5°C. Is de temperatuur van uw kindje lager dan 36.8°C, geef uw kindje dan een kruik in de wieg.
Soms heeft een baby 2 kruikjes nodig om warm te blijven. De aanbevolen temperatuur van de babykamer is 18°C.
Als u een kruik klaarmaakt moet u deze geheel vullen met heet water (over laten lopen). Dan de dop erop draaien, de kruik afdrogen en controleren of deze niet lekt. Stop de kruik met de dop naar beneden in een kruikenzak. De kruik moet in de lengte naast uw kindje liggen, tussen 2 dekens, met de dop naar beneden en buiten het zeiltje. De kruik moet een handbreedte bij uw kindje vandaan liggen, de deken geplooid tussen uw kindje en de kruik. Het is normaal dat de handjes en de voetjes van uw kindje wat koud aanvoelen. Als het nekje warm aanvoelt, is uw kindje goed op temperatuur.
Ligging in de wieg
U wordt geadviseerd om uw kindje de eerste 2 weken afwisselend op de linker- en rechterzij te laten slapen. Na de eerste 2 weken wordt rugligging geadviseerd. Een baby mag niet met een kussen slapen. Verder wordt u geadviseerd om dekentjes te gebruiken en het bedje kort op te maken, zodat uw kindje met de voeten zo dicht mogelijk bij het voeteneind komt te liggen.
Misselijkheid
Bij misselijkheid moet u uw kindje goed op de zij houden, met het gezichtje naar u toegekeerd. Als uw kindje spuugt of zich verslikt, kan hij/zij het benauwd krijgen.
U kunt uw kindje dan het beste rechtop houden en op het ruggetje kloppen. Helpt dit niet, leg uw kindje dan voorover op zijn buikje en wrijf krachtig over de rug naar de nek toe. U kunt zonodig een stevige tik tegen de voetzool geven. Zorg dat de kleding bij de kin los zit, zodat het vocht uit het mondje kan lopen. Slijm in het mondje is te verwijderen met een gaasje rond de vinger. Een baby gaat dan vaak huilen en spuugt het slijm en soms ook voeding uit.
Nacontrole
Indien dit nodig is, krijgt u bij uw ontslag een controle afspraak mee voor uw kindje bij de kinderarts.
Nageltjes
De nageltjes van een pasgeborene kunnen lang zijn. Aangezien de kans op infectie van de nagelriempjes bij het knippen van de nageltjes groot is, mag u ze pas na 6 weken knippen met een babynagelschaartje. Voor die tijd kunt u een babyvijltje gebruiken.
Als uw kindje zich krabt, kunt u sokjes om de handjes doen of de wangetjes insmeren met vaseline.
Navel
De navelstomp van uw kindje moet dagelijks worden verzorgd met alcohol 70%, totdat deze is afgevallen en het naveltje goed droog en schoon is. Alcohol heeft zowel een uitdrogende als een desinfecterende werking. De navelstomp valt er meestal tussen de 7e en 10e dag af.
Als de navelstomp bloedt, verzoeken wij u of uw kraamverzorg(st)er om contact op te nemen met degene die uw kraambed begeleidt.
Ontlasting
De eerste ontlasting van uw kindje (meconium) is reukloos, zwart van kleur en taai van substantie. Dit is makkelijker te verwijderen als u iedere keer na het verschonen de billetjes dun insmeert met vaseline. Lauwwarme doekjes en oliedoekjes maken het ook makkelijker om de meconium te verwijderen.
Op ongeveer de derde dag verandert de kleur van zwart naar groen en is de ontlasting niet meer reukloos. Bij baby’s die borstvoeding krijgen, is de ontlasting zalfachtig en goudgeel van kleur. De dunne, gele en waterige ontlasting bij borstvoeding wordt “spuitluiers” genoemd en kan gepaard gaan met darmkrampjes; het is een normaal verschijnsel, maar uw kindje kan onrustig zijn en veel huilen. Het gaat meestal vanzelf over.
Venkelthee voor zowel de moeder als een paar theelepeltjes voor uw kindje kan helpen, evenals over het buikje wrijven en uw kindje op uw buik of met een warme kruik bij het buikje in de wieg leggen. Bij baby’s die flesvoeding krijgen, is de ontlasting pasta-achtig en gelig van kleur.
Pseudo-menstruatie
Onder invloed van de moederlijke hormonen die tijdens de zwangerschap de placenta gepasseerd zijn, kunnen meisjes wat slijm en/of bloed verliezen uit de vagina. Dit gaat vanzelf over. Hierdoor kunnen ook opgezette borstjes voorkomen, zelfs bij jongetjes. Ook dit gaat na een paar dagen over.
Urine
Uw kindje moet binnen 24 uur na de geboorte geplast hebben.
De hoeveelheid natte luiers geeft een beeld over de hoeveelheid voeding die uw kindje tot zich genomen heeft. De eerste dagen zult u weinig natte luiers zien, maar daarna zal uw kindje ongeveer 5 tot 6 natte luiers per dag hebben.
Soms is er in de luier van pasgeborenen een oranje vlek te zien, dit is een urinezoutkristal/uraat. De nieren werken nog onvoldoende en de baby plast weinig. Meestal gaat dit vanzelf over. U of uw kraamverzorg(st)er wordt wel verzocht om dit te melden tijdens de kraambedcontrole door de verloskundige of huisarts.
Verschonen
Uw kindje moet voor of na elke voeding verschoond worden.
Vitamine K en D
Uw kindje heeft bij de geboorte vitamine K druppels toegediend gekregen. Dit is een zeer belangrijke vitamine. Het zorgt voor voldoende aanmaak van stollingsfactoren in de lever en is dus van invloed op de bloedstolling. Uit onderzoek is gebleken dat pasgeborenen een tekort aan deze vitamine kunnen hebben.
Aan kunstvoeding (flesvoeding) is vitamine K toegevoegd. Kinderen die borstvoeding krijgen kunnen echter een tekort aan vitamine K ontwikkelen. Er is dan ook een landelijk advies van de Geneeskundige Hoofdinspectie gekomen om alle kinderen die borstvoeding krijgen de eerste drie levensmaanden dagelijks vitamine K druppels toe te dienen. Vitamine K moet u zelf aanschaffen, het is verkrijgbaar bij de apotheek of drogist. Als uw kindje 7 dagen oud is, moet u met de vitamine K beginnen. De druppels die direct na de geboorte zijn gegeven, zijn voldoende voor de eerste week. Met de consultatiebureau-arts overlegt u wanneer u moet stoppen met de vitamine K druppels.
Daarnaast wordt geadviseerd om de kinderen die borstvoeding krijgen vanaf 2 weken vitamine D te geven. Deze druppels kunt u kopen bij de apotheek of drogist.
Het ABC ….. voor de kraamvrouw
Anticonceptie
Vragen over anticonceptie kunt u, als u het kraambed in het ziekenhuis doorbrengt, aan de gynaecoloog stellen. Brengt u het kraambed thuis door, dan kunt u uw vragen stellen aan uw verloskundige of huisarts of eventueel bij de nacontrole 6 weken na de bevalling. Anticonceptie kan echter al eerder gewenst zijn.
Bekkenklachten
Voldoende rust nemen en goed naar uw lichaam luisteren is tijdens de zwangerschap en in het kraambed bijzonder belangrijk. Als u bekkeninstabiliteit heeft, kunt u op de kraamafdeling een folder vragen over dit onderwerp.
Bezoek
Probeer om de hoeveelheid bezoek te beperken. Eventueel kunt u rusttijden op het geboortekaartje vermelden. Soms is het tijdens de kraamtijd zo druk met bezoek dat de kraamvrouw en haar kindje niet aan rusten toekomen. Hierdoor kan de (borst-)voeding in gedrang komen en verloopt het herstel van de kraamvrouw minder voorspoedig.
Duizeligheid
Het kan zijn dat u door vermoeidheid en/of bloedverlies last heeft van duizeligheid. Rustig opstaan en niet zonder begeleiding douchen of het naar het toilet gaan, is in dit geval belangrijk.
Emoties
Een kindje krijgen is een ingrijpende gebeurtenis. U maakt in korte tijd veel veranderingen door. Lichamelijk en hormonaal, maar ook emotioneel en sociaal. Het is dus normaal dat u na de bevalling wat meer en wat sneller emotioneel bent. 50-80% van de kraamvrouwen heeft op de 3e of 4e dag last van “kraamtranen”. Het is belangrijk dat u uw emoties uit!
Hechtingen
Tijdens de bevalling kunt u ingeknipt of ingescheurd zijn, waarvoor u gehecht moest worden. Daardoor kan urineren pijnlijk zijn. Het kan verlichting geven als u tijdens het urineren de schaamlippen afspoelt met lauw water of urineert terwijl u onder de douche staat.
Ook koude kompressen kunnen verlichting geven. U kunt desgewenst een kraamverband nat maken, in een boterhamzakje in de diepvries leggen en in bevroren staat, met een washandje eromheen tegen uw hechtingen aanleggen. Probeer af en toe “op” de hechtingen te zitten.
Als u voortdurend op één kant “hangt” tijdens het zitten, duwt u juist het wondvocht naar het toch al zo gezwollen en pijnlijke gebied. Twee weken na de bevalling kunt u de hechtingen masseren met olie om het genezingsproces te bespoedigen. De hechtingen lossen na verloop van tijd vanzelf op.
Naweeën
Tijdens het geven van borstvoeding of gedurende de eerste kraamdagen, kunt u last hebben van naweeën. Dit zijn samentrekkingen van de baarmoeder en ze zijn nodig omdat de baarmoeder weer de normale vorm en grootte moet krijgen. Verder zijn ze noodzakelijk voor het beperken van het bloedverlies.
Wanneer de naweeën als pijnlijk worden ervaren, kunt u daarvoor maximaal 3 keer per dag 2 tabletten paracetamol van 500 mg nemen. Paracetamol mag ook in combinatie met borstvoeding gebruikt worden.
Nacontrole
Enkele weken na de bevalling zal, indien uw bevalling door de gynaecoloog is begeleid, een nacontrole plaatsvinden op de polikliniek van Bronovo. Voor deze nacontrole krijgt u bij ontslag een afspraak mee. Tijdens deze nacontrole kunt u onder andere vragen stellen over de bevalling.
Wanneer een verloskundige uw bevalling heeft begeleidt, dan verzoeken wij u om zelf een afspraak te maken voor de nacontrole.
Oefeningen
Zie het formulier met oefeningen dat wij u bij uw ontslag meegeven.
Ontlasting
Meestal duurt het een paar dagen voordat de ontlasting op gang komt. Het is niet verstandig om hard te persen op het toilet. Door het nuttigen van vezelrijke voeding en veel drinken kunt u het op gang komen van de ontlasting bevorderen.
Roken
Als ouder(s)/verzorger(s) wilt u het beste voor uw kindje. U probeert ervoor te zorgen dat uw kindje zich gezond ontwikkelt door zorg, goede voeding en warmte te geven. In deze zorg past ook aandacht voor schone lucht. Roken in het bijzijn van een baby, kunnen gezondheidsrisico’s veroorzaken bij de baby, waaronder verhoogd risico op wiegendood.
Minder roken of ventileren helpt onvoldoende. Rookt u zelf, rook dan bij voorkeur niet in huis maar buiten. Vraag ook uw bezoek even naar buiten te lopen als ze willen roken.
Rust
Het is heel normaal dat u moe bent. Luister goed naar uw lichaam en neem voldoende rust. (Zie ook “bezoek”).
Stuwing
Meestal hebben kraamvrouwen op de 3e of 4e dag na de bevalling last van stuwing. De borsten zijn pijnlijk, gezwollen en voelen warm aan. U kunt zelfs een verhoogde temperatuur hebben. Als u borstvoeding geeft, kunt u het beste uw kindje regelmatig aanleggen. In de eerste dagen is 8 tot 12 keer aanleggen in 24 uur heel normaal .De borsten worden dan regelmatig geleegd en moeder en kind kunnen het borstvoeden samen oefenen en leren. Voor u de baby aanlegt kan u uw borsten wat masseren en verwarmen om de doorstroming te bevorderen. (eventueel onder een warme douche of een warme doek gebruiken).
Na de voeding kunt u koude kompressen of witte koolbladeren uit de koelkast (tepel vrijhouden) in uw BH stoppen. Het is verstandig een BH te dragen die steun geeft maar niet knelt. Bij ernstige stuwing kunt u onder een warme douche uw borsten leegmasseren. Het gebruik van koolbladeren en het nemen van een warme douche kunnen ook helpen als u geen borstvoeding geeft en u last heeft van stuwing.
Tepelkloven
Goed aanleggen, in wisselende houdingen voeden en moedermelk op de tepel laten drogen kunnen u misschien helpen om ze te voorkomen of bestaande tepelkloven te laten genezen.
Urineren
U moet binnen 6 uur na de bevalling geplast hebben, zodat de baarmoeder optimaal samen kan trekken en het bloedverlies beperkt blijft. Het is belangrijk dat u veel drinkt.
Verder is het aan te raden om regelmatig te gaan plassen. Tijdens de zwangerschap heeft u vocht vast gehouden dat weer uitgeplast moet worden. De aandrang om te gaan plassen kan de eerste dagen nog wat verstoord zijn door de bevalling.
Vloeien
Het vloeien is niet altijd in dezelfde hoeveelheid (vooral bij veel bewegen is er meer bloedverlies), maar 6 weken na de bevalling hoort het vloeien over te zijn. Urineren kan het vloeien verminderen. U doet er verstandig aan geen tampons te gebruiken in verband met infectiegevaar. Het is raadzaam goed op het vloeien te letten en het kraamverband regelmatig te verschonen.
Verder kan het zijn dat u een bloedstolsel verliest. Wanneer u een tijd gelegen heeft, kan zich door opgehoopt bloed in de vagina, een stolsel vormen. Meestal kan dit geen kwaad, maar meldt dit wel aan de kraamverzorg(st)er, verloskundige of huisarts. Wanneer u meer dan 2 geheel doorbloede kraamverbanden per uur heeft en/of hevige buikkrampen met veel bloedverlies, verzoeken wij u of uw kraamverzorg(st)er om direct contact op te nemen met uw verloskundige of huisarts.
Wij raden u aan om uw temperatuur op te nemen en deze door te geven als u belt in verband met uw bloedverlies.
Vrijen
Er is geen bepaalde termijn voor het hervatten hiervan. U bepaalt dit zelf, samen met uw partner. Als u een ruptuur of een knip hebt gehad tijdens de bevalling, kan gemeenschap in het begin pijnlijk zijn.
Als de pijn na een paar maanden niet verdwenen is, raden wij u aan om contact op te nemen met uw huisarts.
Wondverzorging
Hechtingen, zowel van een ruptuur, van een knip/episiotomie als van een wond van een keizersnede dienen goed verzorgd te worden. U kunt douchen, maar was de wond niet met zeep. Na het douchen goed afdrogen, vooral in de plooien. Het is ook goed om de wond af en toe aan de lucht te laten drogen.
Zwemmen en baden
Dit raden wij u de eerste 6 weken af, zolang u vloeit, in verband met infectiegevaar.