U bevindt zich hier:
Bronovo
/
Patiënten en bezoekers
/
Patiëntenvoorlichting
/
Knie - de arthroscopie...
Knie - de arthroscopie van de
De arthroscopie van de knie
Als u een aandoening in uw knie heeft, kan de orthopedisch chirurg een kijkoperatie adviseren. Met deze ingreep kan de diagnose vaak beter worden gesteld. In sommige gevallen kan direct een ingreep volgen. In deze folder leest u over de mogelijkheden van een behandeling en wat deze voor u betekent.
De knie
De knie is een scharniergewricht. Het bestaat uit twee botdelen: het scheenbeen en het dijbeen. De uiteinden zijn bedekt met een laagje kraakbeen. Deze laag is elastisch en vangt schokken en stoten op, zodat de knie soepel beweegt. Aan de binnen- en buitenzijde van de knie zit een meniscus: een soort stootkussen. Midden in het kniegewricht ligt de voorste kruisband. Deze voorkomt dat het onderbeen tijdens het lopen en het maken van draaibewegingen naar voren schiet. Aan de voorzijde zit de knieschijf.

figuur 1. De knie
Waarom een arthroscopie?
De orthopedisch chirurg kan met een kijkoperatie (arthroscopie) in de knie beter een bepaalde diagnose stellen. Zonder de knie geheel te openen, kan hij vaststellen of er sprake is van scheuren in de meniscus of kruisband, losse stukjes bot of kraakbeen, beschadigingen aan het kraakbeen of een slijmvliesontsteking. In sommige gevallen kan direct een behandeling volgen. Het herstel na een kijkoperatie verloopt doorgaans vlot. Na de ingreep kan de knie vrijwel altijd direct worden belast.
Wanneer is direct een behandeling mogelijk?
Een scheur in de meniscus (in de volksmond: voetbalknietje) leent zich bij uitstek voor een arthroscopische behandeling. De orthopedisch chirurg verwijdert het gescheurde deel van de meniscus. Het deel dat intact is, blijft op zijn plaats. Bij verwijdering van de gehele meniscus kan namelijk slijtage optreden. Via een kijkoperatie kan de orthopedisch chirurg ook losse stukjes kraakbeen en bot weghalen.
Wanneer is direct een behandeling niet mogelijk?
Een scheur in een kruisband kan niet direct worden behandeld. U moet dan intensieve oefentherapie volgen. Een gescheurde kruisband geneest nooit helemaal: als hij eenmaal gescheurd is, blijft dat zo. Een goede spierconditie kan dit probleem vaak verhelpen. Soms is een operatie nodig. Beschadigd kraakbeen kan niet worden gerepareerd. Enig herstel is mogelijk, maar dat gaat zeer langzaam.
De orthopedisch chirurg adviseert een kijkoperatie. Wat betekent dat voor u?
De voorbereiding op de operatie
De operatie gebeurt onder algehele narcose of plaatselijke verdoving (ruggenprik). Plaatselijke verdoving kan worden gecombineerd met een slaapmiddel, waardoor u weinig of niets van de operatie merkt. Bij het preoperatieve gesprek op de polikliniek Anesthesie kunt u uw keuze bespreken.
De operatie
De ingreep duurt ongeveer een 20 a 30 minuten, afhankelijk wat er gezien wordt. De orthopedisch chirurg maakt aan de voorzijde van de knie 3 sneetjes van 1 centimeter. Vervolgens brengt hij een dunne kijker (arthroscoop) in de knie, waarop een lichtkabel is aangesloten. De arthroscoop wordt ook aangesloten op een videocamera en een beeldscherm. Via een aparte aan- en afvoeropening in de knie wordt het gewricht voortdurend gespoeld met een zoutwateroplossing. De orthopedisch chirurg brengt tijdens de operatie zonodig een tangetje of schaartje in het gewricht aan om de knie te kunnen behandelen. Na de ingreep worden de operatiesneetjes afgedekt.
In zeldzame gevallen kan het mogelijk zijn dat de orthopedisch chirurg de knie open moet maken, bij uitgebreid knieletsel.
Nabehandeling
Na een eenvoudige arthroscopische ingreep kunt u meestal dezelfde dag naar huis. Een enkele keer kan het nodig zijn dat u een nachtje overblijft. Soms heeft u een pijnstiller nodig. Dan is paracetamol vaak voldoende. Buigen van de knie mag, maar met mate en niet meer dan negentig graden. U moet voorkomen dat het wondje openspringt. Ook lopen mag, maar met mate. De eerste twee tot drie dagen kunt u beter geen wandelingen maken. Krukken zijn vrijwel nooit nodig, tenzij uw arts deze voorschrijft. Douchen moet u wegens infectiegevaar uitstellen tot de wondjes gesloten zijn. Dat is meestal na zeven dagen het geval.
Als het nodig is, krijgt u fysiotherapie. Vaak is zelf oefenen voldoende. Uw arts zal u adviseren de eerste week bijvoorbeeld vijfmaal per dag het bovenbeen in zittende houding (op de tafelrand of in een rechte stoel) tien tot vijftien maal vijf seconden lang stevig aan te spannen. Een week na de operatie kunt u zelf de hechtpleisters verwijderen.
De poliklinische controle vindt één tot twee weken na de ingreep plaats, op advies van uw arts. Als de genezing nog niet optimaal is, kan een tweede controle nodig zijn. Na genezing zijn de huidwondjes vaak nog dik. Dit komt doordat het onderliggende kapsel ook geopend is en iets langere tijd nodig heeft om te genezen. Dit vraagt drie tot vier weken.
Het moment waarop u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van de ingreep en het soort werk dat u doet. In het algemeen kunt u twee weken aanhouden voor zittend werk en drie weken voor zwaarder werk. Het is niet verstandig binnen een maand met contactsporten (bijvoorbeeld voetballen, boksen etc) te beginnen. Bij zwelling van de knie, als reactie op inspanningen, moet u het iets rustiger aan gaan doen.
Welke complicaties kunnen er optreden?
Bij arthroscopie treden zelden complicaties op. In een enkel geval kan er sprake zijn van langdurige en forse zwelling, bloeding in de knie of gewrichtsontsteking. Bij grote uitzondering ontstaat een trombosebeen: er is dan een bloedstolsel gevormd dat een ader in het been verstopt. Indien u eerder een trombosebeen heeft gehad kan het zijn dat u bloedverdunnende injecties (fraxiparine) zal krijgen om dit te voorkomen.
Wanneer moet u met de behandelend arts contact opnemen?
Neem contact op met de behandelend arts als:
- de hele knie dik wordt en/of meer pijn gaat doen;
- als u niet meer op het been kunt staan, terwijl dit eerder goed mogelijk was
Telefonisch spreekuur Nurse Practitioner
Maandag en woensdag van 09.00 - 10.00 uur en vrijdag van 13.00 - 14.00 uur. Telefoon: 070 - 310 58 60.
Tot slot
Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met de polikliniek Orthopedie, via tel: 070 - 312 43 73.
Deze folder is opgesteld aan de hand van de richtlijnen van Nederlandse orthopedische vereniging (NOV) voor eventueel verdere informatie zie ook: www.zorgvoorbeweging.nl