U bevindt zich hier:
Bronovo
/
Patiënten en bezoekers
/
Patiëntenvoorlichting
/
Implantaten
Implantaten
Wat zijn implantaten
Ruim vijfendertig jaar geleden zijn tandheelkundige implantaten voor het eerst toegepast. Een implantaat kan het beste gezien worden als een soort kunstwortel die in de kaak wordt geplaatst. De meeste implantaten hebben de vorm van een cilinder of een schroef. Meestal is het implantaat van titanium gemaakt; een materiaal dat goed geaccepteerd wordt door het lichaam.
Wanneer worden implantaten gebruikt
Als de eigen tanden en kiezen inclusief de wortel niet meer aanwezig zijn, kan gedacht worden aan het toepassen van implantaten. Samen met de kaakchirurg overlegt u of implantaten een goede oplossing voor u zijn. Er moet zowel voldoende hoogte als breedte van het bot zijn om een implantaat te kunnen plaatsen. Uw kaakchirurg kan dit voor u nagaan door bijvoorbeeld een röntgenfoto te laten maken.
Wat kan er op implantaten worden gemaakt
Na het plaatsen van implantaten wordt door de tandarts een kroon, brug of volledige prothese op de implantaten gemaakt. Bij een volledige prothese wordt op de implantaten eerst een metalen balkje geplaatst. Wij noemen dit ‘de steg’. Hierop kan de prothese steunen. Als alternatief voor een steg worden in sommige gevallen drukknoppen of magneetjes aangebracht.
Voorbereiding op de behandeling
Na verwijzing van de tandarts of huisarts maakt u een afspraak bij de kaakchirurg voor een consult en röntgenfoto. Aan de hand van deze röntgenfoto kan de kaakchirurg bepalen of er genoeg kaakbot aanwezig is om de implantaten te plaatsen.
Tevens wordt deze foto gemaakt om de kans op complicaties, zoals beschadiging van de onderkaakzenuw of een breuk van de onderkaak, tijdens het implanteren zo klein mogelijk te houden.
De behandeling
Tijdens de behandeling wordt, meestal onder plaatselijke verdoving, soms onder algehele narcose, een opening in het tandvlees gemaakt. Daarna wordt er een gaatje geboord in de kaak op de plaats waar het implantaat moet komen. Het implantaat wordt hierin geplaatst. Op het implantaat wordt een afdekschroefje aangebracht. Tenslotte wordt het tandvlees gehecht.
Een of twee behandelingen
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een één-fase en een twee-fase implantaat. Een één-fase implantaat is direct na de behandeling zichtbaar in de mond, terwijl een twee-fase implantaat onder het tandvlees ligt. In dit geval volgt er nog een korte tweede behandeling om het implantaat vrij te leggen.
Hoe verloopt de genezing
De eerste dagen zult u zwelling van het wondgebied krijgen. Ook kunt u napijn krijgen, waarvoor u pijnstillers kunt gebruiken. Het is belangrijk dat u de mond en ook het wondgebied goed reinigt. U kunt gewoon tandenpoetsen, een beetje voorzichtig bij de wond. Het voorgeschreven spoelmiddel moet ook gebruikt worden. U krijgt een recept voor een antibioticum mee om de kans op infectie zo klein mogelijk te houden. Na het plaatsen van de implantaten volgt een rustperiode (van 6 weken tot 6 maanden). In deze periode groeit het kaakbot vast aan het implantaat (osseo-integratieperiode).
Na de behandeling
Na de behandeling zal de eventuele gebitsprothese niet altijd meer goed passen. Hiervoor kunt u een afspraak maken bij uw tandarts, die de gebitsprothese tijdelijk zal aanpassen.
Nadat de behandeling is voltooid krijgt u een controleafspraak na ongeveer een week. De volgende controleafspraak is na ca. zes weken. Hierna kunt u naar uw eigen tandarts voor het vervaardigen van de kroon, brug of prothese.
Zeer belangrijk!!!
Het is tijdens de ingroeiperiode van het implantaat van het grootste belang dat het implantaat niet belast wordt. Dat betekent dat u:
- Geen hard voedsel mag nuttigen, dus gepureerd of vloeibaar eten;
- Tijdens het eten dient u de volledige gebitsprothese uit te doen;
- Bij een volledige gebitsprothese mag u de prothese ’s nachts niet dragen.
Vragen
Indien u vragen heeft, kunt u contact opnemen met de afdeling Kaakchirurgie,
telefoon 070 - 312 46 80. Bereikbaar op werkdagen van 08.00 - 11.00 uur en 13.00 - 16.00 uur.