U bevindt zich hier:
Bronovo
/
Patiënten en bezoekers
/
Patiëntenvoorlichting
/
Flecaïnide...
Flecaïnide provocatietest
Inleiding
Voor de flecaïnide provocatietest wordt u op de Hartbewaking van Bronovo verwacht op ………..dag .....-…..-20…..
We adviseren u om op de dag van het onderzoek rond 08.00 uur contact op te nemen met de Hartbewaking om een tijdstip af te spreken. Door onvoorziene omstandigheden kan het onderzoek soms niet plaatsvinden, bijvoorbeeld doordat alle bedden bezet zijn door acute patiënten. Er wordt dan een nieuwe datum gepland.
De cardioloog heeft in overleg met u een flecaïnide provocatietest afgesproken en reeds informatie gegeven over de reden van het onderzoek.
Deze test is bedoeld om te kijken of u aanleg heeft voor het Brugada syndroom. Het Brugada syndroom is een erfelijke aandoening waarbij de elektrische activiteit van het hart verstoord is. Het hart zelf vertoont een normale structuur, maar op een ECG (hartfilmpje) is deze aandoening over het algemeen duidelijk te herkennen. Soms is er medicatie (bijv. flecaïnide) nodig om de aandoening op het hartfilmpje zichtbaar te maken.
Deze verstoorde elektrische activiteit kan leiden tot (ernstige) hartritmestoornissen met symptomen zoals hartkloppingen, flauwvallen en soms plotseling overlijden.
In deze folder willen wij u uitleggen hoe het onderzoek verloopt, zodat u weet wat u kan verwachten.
Voorbereiding
- Op de dag van het onderzoek dient u zes uur van te voren nuchter te blijven. Dit houdt in dat u niet mag eten, drinken en roken.
- Voordat u naar de Hartbewaking gaat, dient u eerst bloed te laten prikken bij de Bloedafname op de 2e etage. U krijgt van tevoren een aanvraag mee.
- Neem nachtkleding en toiletartikelen mee voor het geval u moet blijven na het onderzoek ter observatie.
- Wij raden aan om iets mee te nemen waarmee u zich kunt vermaken aangezien het onderzoek een aantal uur in beslag neemt. Daarbij adviseren wij om gemakkelijke kleding aan te trekken.
Het onderzoek
Wanneer u op de Hartbewaking arriveert, wordt u door de verpleging opgevangen. De verpleegkundige zal een aantal dingen met u bespreken en onder andere een contactpersoon noteren. Daarna wordt u aan een monitor aangesloten die uw hartritme registreert. Om de medicatie te kunnen toedienen voor het onderzoek, zal de verpleegkundige u een infuusnaald geven.
Voor, tijdens en na het inlopen van de medicatie, zal er geregeld een hartfilmpje gemaakt worden. Hierbij wordt ook de bloeddruk gecontroleerd.
Mocht u tijdens het inlopen van de medicatie klachten krijgen, zoals licht in het hoofd, duizeligheid of hartkloppingen, moet u direct de verpleging waarschuwen. Eventueel kan dan de toediening van de medicatie voortijdig worden gestopt. Ook kan bij veranderingen op het hartfilmpje de toediening voortijdig beëindigd worden.
Er zal tot vier uur na het inlopen van de medicatie, elk uur een hartfilmpje gemaakt worden.Na het laatste hartfilmpje of het tussentijds stoppen van de medicatie, zal de cardioloog besluiten of u naar huis mag of opgenomen wordt ter observatie.
Duur van het onderzoek
Voor dit onderzoek trekken wij minimaal zes uur uit. Bij verandering van het hartfilmpje of hartritmestoornissen blijft u in principe opgenomen. Uw hartritme wordt dan nog gedurende 24 uur geobserveerd.
Uitslag
Meestal komt de arts na het onderzoek bij u langs om de uitslag te vertellen. Ook kan het zijn dat u poliklinisch de uitslag te horen krijgt.
Tot slot
Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met de Hartbewaking, via tel.nr. 070 - 312 40 18.
Uitgave: juli 2009/316