U bevindt zich hier: Bronovo / Patiënten en bezoekers / Patiëntenvoorlichting / Etalagebenen

Etalagebenen

Inleiding
Met het ouder worden neemt de loopafstand bij iedereen af. Echter, soms wordt de loopafstand zo kort dat deze het niet meer mogelijk maakt om de dagelijkse wandeling te maken. Zelfs het boodschappen doen wordt moeilijker. Helemaal vervelend is als niet alleen de benen niet meer willen maar ze daarbij ook nog eens pijn gaan doen. Meestal zal na een tijdje lopen deze pijn optreden en na even rusten kan men dan weer verder. Dit fenomeen wordt Claudicatio Intermittens genoemd. In gewone taal: etalagebenen.
Er zijn belangrijke oorzaken voor het optreden van deze claudicatieklachten bekend. Verreweg het vaakst zijn het de slagaders in de buik, bekken en bovenbenen, die door verkalking en vervetting (arteriosclerose) inwendig zo dun zijn geworden dat er nauwelijks nog bloed door kan stromen. De klachten zijn dan vooral, kramp, vermoeidheid en pijn in de kuiten. Na even stoppen kan men dan vaak weer de zelfde afstand lopen alvorens de zelfde klachten optreden. Ook kunnen er rode verkleuringen aan de tenen optreden en wondjes ontstaan die moeilijk genezen.
Deze vaatafwijkingen kunnen in het vaatlaboratorium worden aangetoond en dan worden behandeld door de vaatchirurg.
Vaak is er een operatieve therapie noodzakelijk, soms kan het bloedvat verwijd (gedotterd) worden en wordt er een stent in geplaatst om opnieuw afsluiten te voorkomen. Soms kan, door juist veel te gaan lopen, een nieuwe bloedvat door het lichaam worden aangemaakt en dan is een operatie overbodig.

De andere vorm van etalagebenen ontstaat door een vernauwing van de wervelkolom, meestal ter hoogte van de 3e t/m 5e lendenwervel waardoor het ruggenmerg beklemd raakt. Hierbij zijn de klachten vaak anders dan bij de eerste vorm. De meeste mensen krijgen eerst tintelingen, dan minder gevoel en vervolgens pijn in de benen. Daarbij hebben de meesten ook forse rugklachten! Alleen stoppen met lopen is niet voldoende om van de pijn af te komen. Meestal moet men door de hurken om de pijn te verminderen. Om een dergelijke diagnose te bevestigen is het bovengenoemde typische klachtenpatroon meestal wel voldoende.
Als de pijn echter zodanig is en de loopafstand zo kort dat de dagelijkse boodschappen niet meer mogelijk zijn, dan kan men een operatie overwegen. Eerst zal er met een MRI-onderzoek een exacte lokalisatie van de vernauwing moeten worden vastgesteld. Een operatie, waarbij het lendenwervelkanaal moet worden verwijd (decompressie operatie), is geen simpele kortdurende ingreep. Daardoor komen helaas niet alle mensen, vanwege hun leeftijd en fysieke gebreken, voor een dergelijke ingreep in aanmerking. Van belang is te weten, dat na een operatieve behandeling van deze neurogene claudicatie weliswaar de klachten van de benen aanzienlijk zullen verminderen maar de pijn in de rug niet altijd verdwijnt en soms zelfs erger en anders lijkt te zijn geworden.

Pijnbehandeling
Voor de mensen waar een dergelijke operatieve ingreep niet mogelijk is of de klachten nog niet zodanig zijn dat operatief ingrijpen verantwoord is, is er gelukkig een alternatief. Dat is de epidurale of caudale injectie. Bij deze injectie wordt er een naald ingebracht of tussen de lendenwervels tot net buiten de ruggenmergvliezen (epiduraal) of in de zelfde ruimte via een kleine opening in het uiteinde van het staartbeen (caudaal). Het is de lokalisatie van de klachten, de staat waarin de lendenwervelkolom zich bevindt en het eventuele bijkomende factoren die bepalen waarom voor één van beide toepassingen wordt gekozen.
Als er reeds in het verleden een herniaoperatie heeft plaatsgevonden is de epidurale injectie vaak veel moeilijker en gevaarlijker toe te passen en dan wordt er gekozen voor de caudale benadering.
Na het aanprikken van de ruimte wordt daar een vloeistof achtergelaten die naast een kortdurende pijnstillende werking, een vooral vetoplossend vermogen heeft.Daardoor wordt het vet, dat rondom het ruggenmerg is gelegen en als stootkussen fungeert, soepeler gemaakt en deels opgelost waardoor er meer ruimte in het wervelkanaal voor het ruggenmerg overblijft.

Beloop
Het effect van een dergelijk blokkade treedt meestal pas na een aantal dagen op en kan 3-6 maanden aanhouden, waarna een dergelijke injectie kan worden herhaald. Vaker dan 2-3 per jaar zal een dergelijke behandeling niet worden uitgevoerd. Anders kan er hoge bloeddruk en/ of verstoring van de suikerstofwisseling optreden.

Tot slot 
Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de Pijnpolikliniek, via tel. 070 - 312 40 60.

Uitgave: januari 2011/488