U bevindt zich hier: Bronovo / Patiënten en bezoekers / Patiëntenvoorlichting / Darmoperatie...

Darmoperatie - sneller beter na een

Sneller beter na een darmoperatie

Inleiding
U ondergaat binnenkort een darmoperatie. Deze folder geeft u algemene informatie over de operatie en de perioden daarvóór en daarna. Niet alles in deze folder zal voor iedereen van toepassing zijn; dit is afhankelijk van de zwaarte van de operatie en uw conditie.

In Bronovo is een programma ontwikkeld voor extra zorg rond darmoperaties. Er wordt hierbij vooral aandacht besteed aan:

  • optimale voeding rond de operatie
  • het beter op peil houden van de lichaamstemperatuur tijdens de operatie
  • betere pijnbestrijding
  • snellere mobilisatie  

Door deze extra zorg kunnen veel complicaties worden voorkomen en kunnen de meeste patiënten sneller naar huis.

Leest u deze folder goed. Het is belangrijk dat u weet wat er rond de operatie gebeurt en hoe u actief kunt meewerken aan een sneller herstel. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u altijd terecht bij de chirurg die u behandelt of bij de coördinerend verpleegkundige die het zorgprogramma begeleidt (telefoonnummers).    

Vóór de operatie
Bij uw bezoek aan de polikliniek Heelkunde zal de chirurg de gang van zaken bij uw operatie bespreken. Daarna zal de chirurg u verwijzen naar de Pre-operatieve polikliniek van de anesthesioloog. U krijgt van de secretaresse een lijst met vragen over uw gezondheid, die u moet invullen en meenemen naar de Pre-operatieve polikliniek. Ook wordt u zo mogelijk verwezen naar de coördinerend verpleegkundige.


Anesthesioloog 
De anesthesioloog op de Pre-operatieve polikliniek vertelt u welke aanvullende onderzoeken vóór de operatie nodig zijn. Naast bloedafname is soms ook bijvoorbeeld een longfoto nodig of een ECG (hartfilmpje). Er zal naar worden gestreefd om deze onderzoeken op één dag te laten plaatsvinden. Ook geeft de anesthesioloog u informatie over de narcose en de pijnbestrijding na de operatie.

Coördinerend verpleegkundige
De begeleiding van patiënten wordt bij dit programma gedurende de hele fase gedaan door de coördinerend verpleegkundige. Zij begeleidt u vóór, tijdens en na uw operatie. Zij ziet erop toe dat de betrokken behandelaars alle onderdelen uitvoeren. U wordt verwezen naar de verpleegkundige door uw chirurg, is dit niet gebeurt kunt u contact opnemen voor aanvullende informatie. Zij is houdt naast de chirurgen ook haar eigen spreekuur.

Voeding

In het nieuwe zorgprogramma wordt veel aandacht besteed aan voeding rond de operatie. U herstelt sneller als uw voedingstoestand goed is. Om een indruk te krijgen van uw voedingstoestand vóór de operatie zal de coördinerend verpleegkundige aan de hand van een korte vragenlijst uw voedingstoestand beoordelen. Indien nodig verwijst zij u door naar de diëtiste voor voedingsadviezen.

Om ervoor te zorgen dat uw voedingstoestand rond de operatie zo goed mogelijk is, gebruikt u 6 pakjes Nutricia preOp. Nutricia preOp is een speciale koolhydraatrijke drank, die u veilig kunt drinken tot 2 uur vóór de operatie. Nutricia preOp vermindert uw honger- en dorstgevoel en heeft een gunstig effect op uw herstel. Voor instructie over tijden van inname zie 'De dag vóór operatie / de operatie'.

Na de operatie krijgt u drinkvoeding als aanvulling op uw normale voeding. Drinkvoeding is er in verschillende smaken. 

Voor patiënten met diabetes mellitus is er een aangepast dieet. 

Oefeningen
Voor een voorspoedig en snel herstel is het belangrijk dat u niet passief in bed blijft liggen, maar na de operatie zo snel mogelijk in beweging komt en oefeningen doet. U krijgt instructies over oefeningen die u zelf direct na de operatie al kunt doen om luchtweginfecties en trombose te helpen voorkomen.

Om het risico op trombose te verkleinen, kunt u direct na de operatie beginnen met kuitspieroefeningen. Een goede oefening is met uw tenen van u af en naar u toe wijzen en rollen met uw enkels. 

Medicijnen
Sommige medicijnen mogen kort vóór de operatie niet worden gebruikt. Daarom is het belangrijk dat u aan de chirurg, de anesthesioloog en de verpleegkundige vertelt welke medicijnen u gebruikt, ook de medicijnen die zonder recept verkrijgbaar zijn. Maak een lijstje van alle medicijnen die u gebruikt of neem de verpakkingen mee bij uw bezoek aan de polikliniek. 

Gebruik van aspirinesoorten en bloedverdunnende medicijnen (Sintrommitis, Fenprocoumon, Acenocoumarol, Marcoumar, Ascal, Plavix of Persantin) moet minimaal 5, meestal 10 dagen voor de operatie gestopt worden, tenzij de anesthesioloog of uw behandelend specialist anders met u heeft afgesproken. Dit in verband met het effect van deze medicijnen op de stolling van het bloed.

Roken
Wij raden u aan om te stoppen met roken. Niet roken vóór de operatie vermindert de kans op luchtweginfecties. Roken is ook slecht voor de wondgenezing. 

De dag vóór de operatie
Meestal wordt u pas op de dag dat de operatie plaatsvindt in het ziekenhuis opgenomen. Op de dag vóór de operatie wordt u telefonisch meegedeeld hoe laat u de volgende dag in het ziekenhuis aanwezig moet zijn en hoe laat u wordt geopereerd. 

Op de dag vóór de operatie moet u zich houden aan de volgende voorschriften  over eten en drinken: ‘s Avonds vóór de operatie drinkt u 4 pakjes Nutricia preOp. Verder mag u gewoon eten en drinken tot 6 uur vóór de operatie. Vanaf 6 uur vóór de operatie mag u alleen preOp drinken. Deze drankjes krijgt u bij opname.

De operatie
Op de dag van de operatie, tot minimaal twee uur vóór de operatie drinkt u in het ziekenhuis nog 2 pakjes preOp. In de laatste 2 uur vóór de operatie mag u niets meer eten of drinken.

Bij operatie aan het linker gedeelte van de dikke darm of de endeldarm krijgt u in sommige gevallen voor de operatie een klysma om de darmen leeg te maken.

Enige tijd vóór de operatie wordt u naar de operatieafdeling gebracht. Voordat u onder narcose wordt gebracht, brengt de anesthesioloog door middel van een ruggenprik een slangetje (epidurale katheter) in uw rug voor de pijnbestrijding na de operatie.

Na de operatie
Na de operatie verblijft u enige tijd op de Verkoeverafdeling, daarna wordt u weer naar de afdeling teruggebracht.  

Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor een voorspoedig en snel herstel. Zonder pijn kunt u beter doorzuchten, beter slapen en sneller uit bed.
De eerste dagen na de operatie krijgt u pijnstilling toegediend via de epidurale katheter. Op de tweede dag na de operatie wordt de katheter verwijderd. Ook krijgt u zetpillen en, indien nodig, tabletten om de pijn te bestrijden.

Misselijkheid
Sommige mensen hebben na een operatie last van misselijkheid. Deze misselijkheid kan meestal goed worden bestreden met medicijnen. Wij raden u aan om altijd te vragen om medicijnen tegen de misselijkheid, omdat het belangrijk is dat u na de operatie zo snel mogelijk weer goed eet en drinkt.  

Trombosepreventie
Om trombose (vorming van bloedstolsels in de bloedvaten) te voorkomen, krijgt u dagelijks gedurende uw gehele ziekenhuisverblijf een onderhuidse injectie met Fraxiparine. Daarnaast is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt en uit bed gaat. Onmiddellijk na de operatie kunt u al beginnen met kuitspieroefeningen (zie onder Oefeningen).

Uit bed
Snel uit bed gaan en rondlopen vermindert de kans op trombose en luchtweginfecties. Vanaf de eerste dag na de operatie is het de bedoeling dat u minimaal 8 uur uit bed bent en 4 tot 6 keer een wandeling maakt van ongeveer 60 meter.

Eten en drinken 
Tijdens de operatie en de eerste tijd krijgt u vloeistoffen toegediend via een infuus. Voor een snel herstel is het echter belangrijk dat u zo snel mogelijk weer zelf gaat eten en drinken. Zes uur na de operatie krijgt u de eerste drinkvoeding. Vanaf de eerste dag na de operatie mag u naast de drinkvoeding 10 tot 12 eenheden (1,5 liter) vocht per dag drinken en mag u weer normaal eten. 

Blaaskatheter
Tijdens de operatie is er een slangetje (blaaskatheter) in de blaas ingebracht om na de operatie de urineproductie te controleren. Meestal wordt de blaaskatheter op de tweede dag na de operatie weer verwijderd.

Ontlasting
De darmen moeten na de operatie weer op gang komen. U kunt de stoelgang bevorderen door veel te bewegen en voldoende te drinken. Bovendien krijgt u gedurende de opname dagelijks een laxeermiddel. 

Wanneer naar huis?
U mag naar huis als u weer normaal kunt eten en drinken en ontlasting heeft gehad - uiteraard in overleg met de chirurg die u behandelt.    

Weer thuis  
Het is normaal dat de operatiewond nog enige tijd gevoelig is en dat de buik enigszins opgezet is. Ook kan het zijn dat de ontlasting nog onregelmatig is. U kunt zich thuis het beste aan de volgende richtlijnen houden:

Dieet
U kunt thuis normaal eten. Wel verdient de aanbeveling om veel te drinken.

Medicijnen
Zonodig wordt een recept meegegeven voor pijnstillers.

Douchen
Vanaf de 2e dag na de operatie mag u normaal douchen. Tot de controleafspraak mag u niet in bad of zwemmen.

Beweging
Zorg voor voldoende lichaamsbeweging. Dagelijks wandelen is goed voor uw herstel. Voorzichtig traplopen is toegestaan. De eerste weken mag u geen zware voorwerpen tillen.  

Seks
Er is geen bezwaar tegen vrijen. 

Autorijden
U mag autorijden zodra u zich daartoe weer in staat voelt.

Werken
Wanneer u weer kunt werken, hangt af van het soort werk dat u verricht. Meestal kunt u na enkele weken weer aan het werk. Overleg met de chirurg die u behandelt.  

Controleafspraak
Ongeveer een week na ontslag komt u voor een eerste controle op de Polikliniek Heelkunde. Eventuele hechtingen of nietjes worden dan verwijderd.

Complicaties
Na iedere operatie kunnen algemene complicaties optreden, zoals een longontsteking, blaasontsteking of trombosebeen. Bij darmoperaties kunt u ook te maken krijgen met een wondbreuk, wondinfectie of lekkage van de darmnaad. Gelukkig treden deze complicaties niet vaak op, maar u moet wel weten waar u op moet letten als u weer thuis bent.   

U moet contact met ons opnemen bij:

  • koorts
  • toename van pijn
  • toegenomen roodheid of zwelling van de wond, als de wond meer pijn gaat doen of als er vocht uit de wond lekt
  • dunne ontlasting vaker dan 3x per dag gedurende 4 dagen of juist verstopping gedurende 3 tot 4 dagen
  • moeilijk plassen of pijn bij het plassen  

Ook als u zich in de eerste weken na ontslag over iets anders ongerust maakt, kunt u contact met ons opnemen.  

Telefoonnummers  
Mevrouw R. Hermus, coördinerend verpleegkundige: 070 - 312 47 41  
Polikliniek Heelkunde Bronovo: 070 - 312 45 48  
’s Avonds en in het weekend: Spoedeisende Hulp Bronovo: 070 - 312 44 45