U bevindt zich hier:
Bronovo
/
Patiënten en bezoekers
/
Patiëntenvoorlichting
/
Borstreconstructie...
Borstreconstructie volgens de Tram flap methode
Inleiding
Na overleg met uw plastisch chirurg heeft u besloten een borstreconstructie te ondergaan. Deze folder geeft informatie over deze operatie, de eventuele risico's die zich hierbij kunnen voordoen en de wijze waarop u zich op deze ingreep moet voorbereiden.
TRAM flap methode
TRAM staat voor "Transverse Rectus Abdominis Muscle". Bij deze methode wordt de huid en het buikvet van de onderbuik gebruikt om de nieuwe borst te maken. Eén van de rechte buik spieren (Rectus Abdominis Muscle) wordt gebruikt als steel waarlangs de bloedvaten lopen. Op de plaats waar de spier vandaan komt wordt een kunststof matje ingehecht om de buikwand weer stevig te maken.
Voorbereiding
De voorbereiding begint minstens 3 maanden vóór de operatie en bestaat er hoofdzakelijk uit dat u zorgt voor een 'goede lichamelijke conditie'. Hierbij is van belang:
- Stoppen met roken!
Ook meeroken met anderen - d.w.z. inademen van rook in uw omgeving - is schadelijk.
- Proberen zo fit mogelijk te zijn voor de operatie.
Train daarom uw buikspieren minimaal drie maanden vóór de operatie.
- Vermijden van zonlicht op uw buik (vanaf 6 weken vóór de operatie).
Op een gebruinde huid is de doorbloeding namelijk niet zo goed te testen.
Voorbereiding voor de operatie
Eén dag voor de operatie wordt u opgenomen. Op deze dag komen de volgende mensen bij u langs:
- Een verpleegkundige, die een opnamegesprek met u houdt.
- Een laborant om bloed bij u af te nemen.
- Een anesthesioloog, die de narcose met u bespreekt en die u eventueel een rustgevende tablet voorschrijft.
- Uw plastisch chirurg om nogmaals alles met u door te spreken. Aarzel dan niet om vragen te stellen.
Op de dag van opname krijgt u een prikje in uw been om trombose te voorkomen. Dit prikje wordt gedurende de periode dat u bent opgenomen dagelijks toegediend.
Nb!
De mogelijkheid bestaat om, indien u dit wenst, een kijkje te gaan nemen op de Intensive Care, aangezien u - na de operatie - gedurende 24 uur op de Intensive Care komt te liggen. Er is ook schriftelijk informatiemateriaal (voor patiënten en bezoekers) beschikbaar over de Intensive Care bij het Bureau Voorlichting en Documentatie in de Centrale Hal en op de Intensive Care zelf.
De operatie
Bij de operatie wordt de nieuwe borst gemaakt door verplaatsing van huid en onderhuids vetweefsel van de onderbuik. Er komt bij deze methode geen prothese aan te pas omdat er voldoende weefsel is om de nieuwe borst te creëren. De werkwijze is als volgt:
- De navel wordt 'vrij' gemaakt van het stuk huid dat verplaatst gaat worden en blijft via een steel met het lichaam verbonden.
- Het stuk huid met bijbehorend vetweefsel wordt losgemaakt en is alleen nog verbonden met de rechte buikspier. Deze spier zorgt ervoor dat huid en vetweefsel doorbloed blijven.
- Vervolgens wordt er een snee gemaakt op de plaats waar de nieuwe borst moet komen. Dit is het litteken van de amputatie.
- De huid met het onderhuidse vetweefsel én de rechte buikspier worden via een onderhuidse 'tunnel' naar boven verplaatst tot op de plaats waar de borst moet komen.
- Op de plaats waar de rechte buikspier is weggenomen, wordt een 'matje' geplaatst. Een matje is kunststof materiaal en dient als versteviging van de buikwand.
- De wonden worden gehecht.
- Er wordt een sneetje gemaakt op de plaats waar de navel moet komen.
- De navel wordt vast gehecht aan de omliggende huid.
Hoe lang duurt de operatie?
De operatie duurt gemiddeld 4,5 uur.
Na de operatie
Na de operatie wordt u naar de Intensive Care gebracht. Daar gebeurt het volgende:
- Op de wond van de borst is een doorzichtige pleister geplakt. Zo kan de doorbloeding van de borst goed gecontroleerd worden. Dit gebeurt ieder half uur.
- Ieder half uur wordt ook de temperatuur van de nieuwe borst gecontroleerd. De borst moet namelijk warm blijven.
- De hartslag wordt gemeten. Hiervoor worden plakkers aangebracht op de borst. De registratie van de hartslag wordt via een monitor weergegeven.
- Via een naaldje in de arm, dat is aangesloten op een infuussysteem, wordt ervoor gezorgd dat u voldoende vocht krijgt toegediend.
- Door middel van een slangetje in de blaas (urinekatheter) wordt de urine in een zak opgevangen. Enkele dagen na de operatie wordt deze weer verwijderd.
- Om het wondvocht af te voeren, zijn er drie slangetjes (drains) in uw lichaam aangebracht. Eén in het wondgebied bij de nieuwe borst en twee in het wondgebied bij de onderbuik.
Uw chirurg bepaalt wanneer deze verwijderd mogen worden.
Uw bed staat in de zogenaamde strandstoelhouding zodat er zo min mogelijk spanning komt te staan op de wond van de onderbuik. In principe gaat u de dag na de operatie terug naar de afdeling.
Het verband van de buik wordt verwijderd. U krijgt een steunband om uw buik, die u gedurende de eerste 6 weken na de operatie moet dragen. Thuis mag u ook een pantybroekje met een versteviging in het midden dragen als u dat prettiger vindt. Doe echter 's nachts de steunband weer om.
Complicaties
Over het algemeen is de borstreconstructie volgens de tram-flap methode een grote operatieve ingreep waarbij de kans op complicaties niet is uitgesloten. Dit is echter bij geen enkele operatie het geval.
Specifieke complicaties
Een ernstige complicatie bij deze operatie kan zijn dat de nieuwe borst niet voldoende wordt doorbloed. Dit kan tot gevolg hebben dat de huid afsterft. De huid gaat verkleuren, wordt zwart en laat los. Deze complicatie is zeldzaam, maar de kans wordt groter als men zich niet houdt aan het rookverbod. Meeroken geeft ook een verhoogd risico.
Leefregels na uw ontslag uit het ziekenhuis waar u zich minimaal 6 weken aan moet houden:
- neem voldoende rust.
- niet tillen; geen zware huishoudelijke of lichamelijke inspanning doen.
- niet voorover bukken, maar door de knieën zakken.
- niet sporten.
- ga niet zonnen of onder de zonnebank.
- niet autorijden, niet fietsen enz.
Deze regels gelden met name voor de eerste 6 weken na de operatie!
Tot slot
Bij vertrek uit het ziekenhuis wordt met u een afspraak gemaakt voor nacontrole op de polikliniek.
Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met uw behandelend plastisch chirurg.
Telefoonnummer Polikliniek Plastische Chirurgie: 070 - 312 44 99.
Uitgave: april 2010/138