U bevindt zich hier: Bronovo / Patiënten en bezoekers / Patiëntenvoorlichting / Borstreconstructie...

Borstreconstructie - secundaire

Secundaire borstreconstructie

Inleiding

U heeft gekozen voor een secundaire borstreconstructie. Dat wil zeggen dat u in het verleden een borstamputatie heeft ondergaan die uitgevoerd is door uw behandelend algemeen chirurg.

Een secundaire borstreconstructie kan uitgevoerd worden met behulp van lichaamseigen, of lichaamsvreemd materiaal. U komt alleen in aanmerking voor een reconstructie door middel van borstprotheses (lichaamsvreemd materiaal) als u in het verleden niet bestraald bent geweest. In deze folder wordt de gang van zaken beschreven bij een zogenaamde tweede fase borstreconstructie met lichaamsvreemd materiaal.

De operaties
Omdat u in het verleden een borstamputatie heeft ondergaan, is er niet voldoende weefsel aanwezig om meteen een borstprothese te plaatsen. Het weefsel moet eerst opgerekt worden (weefselexpansie). Tijdens de eerste operatie (eerste fase borstreconstructie) zal er een ballon onder de grote borstspier geplaatst worden. Een dergelijke ballon wordt expander genoemd. Om de expander te kunnen plaatsen zal het litteken van de amputatie gedeeltelijk weer open gemaakt worden. Nadat de expander is geplaatst, worden aan het eind van de operatie een of twee drains in het wondbed achtergelaten, dit zijn slangetjes die overtollig bloed en wondvocht uit het wondbed moeten afvoeren. De drains bepalen de lengte van uw opname in het ziekenhuis. Pas als er bijna geen vocht meer in de drains komt, worden ze verwijderd en pas daarna kunt u met ontslag. Hoeveelheid vocht dat na de borstreconstructie wordt aangemaakt is groot, houd rekening met een opname van ongeveer een week.  

Enkele weken na de operatie zal begonnen worden met geleidelijk vullen van de expander met vocht (fysiologisch zout). Hiervoor moet u gedurende enkele weken wekelijks naar de polikliniek. Het vullen gebeurt met een injectienaald waarmee via de huid de vulnippel van de expander wordt aangeprikt. Als er voldoende rek in de weefsels is opgetreden volgt er een rust periode van minimaal drie maanden. Gedurende deze periode vormt het lichaam een laag bindweefsel rondom de prothese, het zogenaamde kapsel. Door kapsel te vormen, kan het lichaam als het ware “vergeten” dat er een vreemd lichaam is geplaatst.  

Na de rustperiode volgt de tweede operatie (tweede fase borstreconstructie). Tijdens deze operatie wordt de expander vervangen door een definitieve borstprothese. In sommige gevallen wordt de andere borst groter of kleiner gemaakt om zoveel mogelijk symmetrie te verkrijgen.  

Als deze operaties goed zijn verlopen zal, indien u dat wenst, in een later stadium een tepelreconstructie en tepelhof tatoeage plaats vinden. Hierover wordt u apart geïnformeerd.  

Doel van de operatie
Het streven is om een mooi decolleté te creëren, zodat u geen beperkingen tegenkomt in het kiezen van de kleding. Een gereconstrueerde borst kan een echte borst natuurlijk niet vervangen en zal altijd, indien u enkelzijdige reconstructie ondergaat, anders blijven dan uw natuurlijke borst.

Mogelijke complicaties
De algemene complicaties die na iedere operatie kunnen optreden zijn:

  • een nabloeding: dan gaan er bloedvaten die tijdens de operatie dicht zijn gemaakt weer open; hoesten of persen kan hier de oorzaak van zijn. Indien zich te veel bloed ophoopt bij de prothese, zal er een re-operatie plaats vinden waarbij de bron van de nabloeding wordt opgespoord en netjes dichtgemaakt en de stolsels worden opgeruimd. Behalve ongemak brengt een soortgelijke ingreep geen andere problemen met zich mee;
  • een infectie: omdat er een vreemd lichaam (de prothese) in het lichaam wordt achtergelaten, is de kans op infectie bij deze operatie iets groter dan bij andere ingrepen.
    Indien er een infectie rond de prothese optreedt, zal in vele gevallen de prothese verwijderd moeten worden. Pas nadat het lichaam weer tot rust is gekomen (ongeveer twaalf weken) wordt er opnieuw een prothese ingebracht.
    De kans dat deze complicatie zich voordoet is veel groter bij vrouwen die roken en/of te zwaar zijn. Uw plastisch chirurg zal met u afspreken dat u voor de operatie stopt met roken en dat u uw gewicht normaliseert.  

Een complicatie die specifiek na het inbrengen van borstimplantaten kan optreden, meestal op de lange termijn, is de zogenaamde pathologische kapselvorming. Bij een kleine percentage vrouwen gaan de kapsels die voorheen mooi en soepel waren op den duur actief worden en groeien. Dit kan tot gevolg hebben dat de borsten hard en pijnlijk worden. Indien dit het geval is, moeten de protheses worden vervangen.

Weer thuis
Omdat de prothese onder uw spier is geplaatst en het wondbed heel groot is, is het van belang om uw borstspier te ontzien en rustig aan te doen;

  • u mag een bh dragen. Als u het niet prettig vindt, is dit niet noodzakelijk;
  • de eerste weken thuis heeft u hulp nodig in het huishouden; dit kan eventueel via het ziekenhuis of de huisarts worden geregeld;
  • u mag zes weken uw borstspieren niet belasten: niet tillen (ook geen kind), niet autorijden, geen zware huishoudelijke taken verrichten, geen boodschappentassen dragen, enz.;
  • u mag gedurende vier weken niet in bad (wel douchen);
  • na het douchen de door uw arts voorgeschreven zalf op de wonden aanbrengen;
  • na de operatie gedurende één week geen aspirine houdende middelen gebruiken i.v.m. nabloedingsgevaar;
  • u mag minimaal zes weken na de operatie niet roken.

Tot slot
Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de  polikliniek Plastische chirurgie. De polikliniek is te bereiken via telefoonnummer 070 - 312 44 99.