U bevindt zich hier:
Bronovo
/
Patiënten en bezoekers
/
Patiëntenvoorlichting
/
Blaas - nieuwe
Blaas - nieuwe
Een nieuwe blaas
Inleiding
Binnenkort wordt u opgenomen in verband met een blaasoperatie in Bronovo. Met deze folder geven wij u informatie over de gang van zaken rond deze informatie.
Wat houdt deze operatie in?
Bij de operatie wordt de blaas verwijderd. Om de blaas te vervangen wordt van het laatste stuk dunne darm een nieuwe blaas gemaakt. Door middel van deze nieuwe blaas kunt u weer via de normale weg urine lozen of door middel van zelfkatheterisatie.
De operatie wordt meestal uitgevoerd vanwege een kwaadaardig gezwel (carcinoom), een zogenaamde schrompelblaas of blaas-pijnsyndroom.Van uw behandelende specialist heeft u vernomen wat voor u de reden is van deze operatie.
De voorbereiding
Het is van groot belang dat u, indien u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, dit vooraf bespreekt met de uroloog. In overleg met u bepaalt de uroloog vanaf welk moment u, tijdelijk, met deze medicijnen moet stoppen.
Er bestaat altijd een kans dat tijdens de operatie een stoma moet worden aangelegd. De uroloog zal u daarom doorverwijzen naar de stomaverpleegkundige als voor bereiding op de operatie.
Houdt u er rekening mee dat u na de operatie 6 zes weken niet zelf mag autorijden, fietsen of sporten. U krijgt na de operatie een aparte folder met hierin de leefregels.
De stomaverpleegkundige
De stomaverpleegkundige is deskundig in het geven van de juiste begeleiding van zorg aan patiënten met een stoma. Tijdens uw opnameperiode zal zij u verder begeleiden.
De opname
Op de dag voor de operatie wordt u om 11 uur ’s morgens op de verpleegafdeling verwacht. Een verpleegkundige zal een aantal zaken met u bespreken die van belang kunnen zijn tijdens de verdere opname. Ook vragen die u zelf nog heeft kunt u aan de orde stellen.
Doordat er een nieuwe blaas wordt gemaakt van een stuk darm, moeten de darmen van binnen schoon zijn. Het schoonmaken van de darmen gebeurt tijdens de opname. Als voorbereiding is het raadzaam om de dag voor de operatie alleen vloeibaar voedsel te gebruiken.
Tussen de middag krijgt u nog een vloeibare maaltijd. Vanaf 13.00 uur wordt begonnen met de darmvoorbereiding (= het schoonmaken). Omdat tijdens het schoonmaken van de darm veel vochtverlies optreedt wordt er in de ader van een arm een infuusnaald ingebracht. Hiermee kan zonodig extra vocht worden toegediend.
In overleg met u wordt door de stomaverpleegkundige vooraf de plaats voor de eventuele stoma bepaald en op uw huid afgetekend, het stomamateriaal wordt aangebracht en enkele uren gedragen om alvast een klein beetje te wennen. Daarna wordt het operatiegebied geschoren.
Op de dag van de operatie mag u vanaf 0.00 uur niet meer eten, drinken en roken.
Om trombose te voorkomen krijgt u dagelijks, gedurende de gehele opname, een onderhuidse injectie (fraxiparine) in de buik of been.
Ook bestaat voor u de mogelijkheid om vooraf een bezoek te brengen aan de afdeling Intensive Care. U zult daar na de operatie gedurende 24 tot 48 uur verblijven omdat u wat extra zorg en aandacht nodig heeft gedurende deze periode.
De operatie
De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Door middel van een prik in de rug wordt een slangetje ingebracht voor pijnbestrijding na de operatie.
Na het verwijderen van de blaas en een deel van zijn omgeving wordt van een gedeelte van de dunne darm ±60 cm een nieuwe blaas gemaakt die de functie van de oorspronkelijke blaas overneemt. De beide urineleiders worden in de nieuwe blaaswand gehecht en de blaas wordt gehecht aan de urinebuis.
Tijdens de operatie kan blijken dat het technisch niet mogelijk is om van uw eigen darm een blaas te maken, in dat geval zal de arts een urinestoma aanleggen.
Direct na de operatie
Na de operatie verblijft u op de Intensive Care afdeling. U zult bemerken dat u verbonden bent aan apparatuur en dat u veel slangen heeft. Na 24 tot 48 uur komt u terug op de verpleegafdeling om verder te herstellen. Naarmate het herstel vordert zal de hoeveelheid slangen en apparatuur afnemen, zoals een eventueel infuus, zuurstof, jejunumsonde en drain. De uroloog komt dagelijks bij u langs.
Voeding
Soms zal tijdens de operatie een voedingsslangetje in de darmen worden aangebracht, een jejunumsonde. Hiermee kan na de operatie vloeibare voeding worden gegeven. De eerste dagen mag u minimaal drinken, omdat de werking van de darmen weer op gang moet komen. Per dag wordt gekeken of de vochtinname en/of dieet mag worden uitgebreid.
Omdat een groot deel van de dunne darm is verwijderd en gebruikt wordt voor het vervaardigen van de nieuwe blaas, kan het voorkomen dat u langere tijd last heeft van uw darmen. De werking van de darmen komt pas later weer op gang.
Spoelen van de katheter
De nieuwe blaas is gemaakt van een gedeelte van de dunne darm. Darmweefsel maakt slijm aan, ook in de nieuwe situatie. Om te voorkomen dat het slijm de katheter verstopt wordt de katheter gespoeld.
Herstellen na de operatie
Vanaf de dag na de operatie wordt gestart met mobiliseren. Dagelijks zal het mobilisatieschema worden uitgebreid onder leiding van de fysiotherapeut. U zult bemerken dat het steeds beter gaat. Het is normaal dat u de eerste dagen tijdens het mobiliseren pijn heeft. Dit komt door de operatie en de wond. Via een dun slangetje in de rug wordt gedurende enkele dagen, pijnstilling toegediend. Daarna wordt op een andere manier pijnstilling toegediend. Om pijn te voorkomen kunt u als u moet hoesten, niezen of lachen, de wond met beide handen of met een kussentje ondersteunen.
Vraag tijdig om pijnbestrijding zodat alles voor u wat makkelijker zal verlopen.
Ontslag
U gaat met de katheter in naar huis. U mag naar huis als u geen koorts meer heeft, het eetpatroon naar wens is, de stoelgang normaal is. De uroloog heeft hierin de beslissing. Als het nodig is kan er extra ondersteuning geboden worden door de thuiszorg. Geef vroegtijdig door aan de verpleging wat uw wensen/ mogelijkheden zijn met baat tot ontslag zodat zij tijdig het maatschappelijk werk hiervoor in kunnen schakelen. Er worden voor u controle afspraken geregeld bij de uroloog.
Als er een stoma is aangelegd komt u ook bij de stomaverpleegkundige voor controle. Na ongeveer 4 tot 6 weken wordt u nogmaals opgenomen en wordt de katheter verwijderd. Het is nu de bedoeling dat u zelf gaat plassen en/of zelf katheteriseert wanneer de katheter om een of andere reden niet verwijderd kan worden.
Complicaties
Een operatie gaat altijd gepaard met bloedverlies en soms is dan ook een bloedtransfusie nodig. Incontinentie kan, voornamelijk gedurende de nacht optreden.
Bij sommige patiënten lukt het niet om na de operatie de blaas volledig te ledigen zij moeten leren de blaas met een katheter leeg te maken (zelfkatheteriseren). Omdat de operatiekatheter gedurende enige tijd in de blaas blijft zitten, kan blaasontsteking ontstaan. Een dergelijke infectie is goed te bestrijden. Bij elke operatie bestaat het risico van infectie van de wond, ontstaan van trombose of een longontsteking. De verpleegkundigen zullen er alles aandoen om eventuele problemen op tijd te signaleren en te behandelen.
Tot slot
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel ze dan aan de verpleegkundige tijdens het opname gesprek of aan de uroloog die u behandelt.
Enkele telefoonnummers die bij problemen voor u van belang kunnen zijn:
Tijdens kantooruren te bereiken:
Polikliniek urologie: 070 - 312 41 44
Spoedeisende hulp: 070 - 312 44 45
Henriette afdeling: 070 - 312 40 34
266