U bevindt zich hier:
Bronovo
/
Patiënten en bezoekers
/
Orgaan- en weefseldonatie
/
Na de donatie
Orgaan- en weefseldonatie
Na de donatie
Wat gebeurt er na de donatie?
Weefseldonatie
Bij weefseldonatie begeleiden en informeren de arts en verpleegkundigen van de afdeling waar de donor is overleden de nabestaanden. Na enkele weken krijgen de nabestaanden, als zij dit wensen, van de donatiefunctionaris een brief over het resultaat van de weefseldonatie. Ook kunnen zij telefonisch of per post informatie van de donatiefunctionaris krijgen over de uitgevoerde procedure. Gever en ontvanger blijven naar elkaar toe anoniem. De donatiefunctionaris controleert of de gehele procedure correct is verlopen.
Orgaandonatie
De begeleiding van de nabestaanden tijdens en na de donatieprocedure is een taak van de transplantatiecoördinator samen met de verpleegkundigen en artsen van Bronovo. U of uw nabestaanden ontvangen van de transplantatiecoördinator een brief waarin staat hoe de transplantatie is verlopen. Na vier tot zes weken kunnen u of uw nabestaanden, als dit gewenst is, een huisbezoek krijgen van de transplantatiecoördinator. Tijdens dit bezoek wordt de gevolgde procedure nog eens uitgelegd en worden uw vragen, of die van uw nabestaanden, beantwoord. Veel nabestaanden maken hier gebruik van. De gever en ontvanger blijven naar elkaar toe anoniem. De donatiefunctionaris controleert of de gehele procedure correct is verlopen.
Hoe komt het donororgaan of -weefsel bij de ontvangende patiënt?
De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) is door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) als Orgaancentrum aangewezen. De NTS bemiddelt bij het ontvangen, typeren en vervoeren van organen van donoren. Ook wijst de NTS de organen toe aan geschikte ontvangers. De NTS heeft een deel van de uitvoering van deze orgaancentrum taken in handen gelegd van Eurotransplant International (ETI).
ETI verzorgt de internationale uitwisseling voor organen. Het werkterrein van ETI omvat Nederland, België, Duitsland, Luxemburg, Kroatië, Oostenrijk en Slovenië. Door de internationale uitwisseling is de kans groter een passend donororgaan te vinden voor een patiënt op de wachtlijst. Bovendien kunnen dankzij de internationale samenwerking hoogurgente patiënten en specifieke patiëntengroepen, zoals kinderen, beter worden geholpen.
Bron: Afdeling Donorvoorlichting van de Nederlandse Transplantatie Stichting